Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Cantate 95 ‘Christus, der ist mein Leben’

Petruskerk, 9 september 2013

1. Openingskoor / recitatief (tenor)

Christus, der ist mein Leben,
Sterben ist mein Gewinn;
Dem tu ich mich ergeben,
Mit Freud fahr ich dahin.

Mit Freuden,
Ja mit Herzenslust

Will ich von hinnen scheiden.

Und hieß es heute noch:
Du musst!

So bin ich willig und bereit.

Den armen Leib, die abgezehrten Glieder,

Das Kleid der Sterblichkeit

Der Erde wieder

In ihren Schoß zu bringen.

Mein Sterbelied ist schon gemacht;

Ach, dürft ichs heute singen!

Mit Fried und Freud ich fahr dahin,

Nach Gottes Willen,

Getrost ist mir mein Herz und Sinn,

Sanft und stille.

Was Gott mir verheißen hat:

Der Tod ist mein Schlaf geworden.

 

2. Recitatiief (sopraan)

Nun, falsche Welt!
Nun habe ich weiter nichts mit dir zu tun;
Mein Haus ist schon bestellt,
Ich kann weit sanfter ruhn,
Als da ich sonst bei dir,
An deines Babels Flüssen,
Das Wollustsalz verschlucken müssen,
Wenn ich an deinem Lustrevier
Nur Sodomsäpfel konnte brechen.
Nein, nein! nun kann ich mit gelassnerm
Mute sprechen:

 

3. Koraal (sopraan)

Valet will ich dir geben,
Du arge, falsche Welt,
Dein stündlich böses Leben
Durchaus mir nicht gefällt.
Im Himmel ist gut wohnen,
Hinauf steht mein Begier.
Da wird Gott ewig lohnen
Dem, der ihm dient allhier.

 

4. Recitatief (tenor)

Ach könnte mir doch bald so wohl geschehn,
Dass ich den Tod,
Das Ende aller Not,
In meinen Gliedern könnte sehn;
Ich wollte ihn zu meinem Leibgedinge wählen
Und alle Stunden nach ihm zählen.

 

5. Aria (tenor)

Ach, schlage doch bald, selge Stunde,
Den allerletzten Glockenschlag!
    Komm, komm, ich reiche dir die Hände,
    Komm, mache meiner Not ein Ende,
    Du längst erseufzter Sterbenstag!

 

6. Recitatief (bas)

Denn ich weiß dies
Und glaub es ganz gewiss,
Dass ich aus meinem Grabe
Ganz einen sichern Zugang zu dem Vater habe.
Mein Tod ist nur ein Schlaf.
Dadurch der Leib, der hier von Sorgen abgenommen,
Zur Ruhe kommen.
Sucht nun ein Hirte sein verlornes Schaf,
Wie sollte Jesus mich nicht wieder finden,
Da er mein Haupt und ich sein Gliedmaß bin!
So kann ich nun mit frohen Sinnen
Mein selig Auferstehn auf meinen Heiland gründen.

 

7. Slotkoraal 

Weil du vom Tod erstanden bist,
Werd ich im Grab nicht bleiben;
Dein letztes Wort mein Auffahrt ist,
Todsfurcht kannst du vertreiben.
Denn wo du bist, da komm ich hin,
Dass ich stets bei dir leb und bin;
Drum fahr ich hin mit Freuden.

Deze cantate is een enorme ketterij. De protestantse Reformatie zei de Bijbel centraal te stellen; bijgeloof en wat verder de schriftuurlijke waarheid overwoekerde, werden nogal rigoureus weggekapt. Maar de teksten die u vanavond te horen krijgt, vormen een onkruid dat in de bijbelse tuinen niet wordt aangetroffen. Deze ontkenning van het leven-hier-en-nu is een belediging van de Schepper en een zonde tegen de Geest die juist de aarde levenwekkend wil vervullen.

Nee zo gemakkelijk en snel mag je niet wég willen. Kom Johann Sebastian, dat kun je toch niet maken, dat je je schitterende muziek leent voor de ontkenning van het leven op deze enige aarde die ons gegeven is! Wil je echt dat we via jouw muziek ontsnappen? Pretendeer je soms dat jouw muziek niet van hier en nu is, maar toebehoort het een eeuwigheid voorbij onze sterfelijkheid? Dan is het luisteren naar jouw muziek al verdacht, namelijk het begin van onze wereldvlucht. Dan is jouw muziek een opiaat, een drug.

Het is toch ongepast dat je het vaarwel aan het leven zo subliem toonzet, dat je daarin zoveel vreugde en stille vrede legt, dat je via het tikken van het uurwerk van de klok het verlangen wekt naar eindelijk de laatste slag. En dat je in het slotkoraal via de eerste viool onze ziel laat ontstijgen, onafhankelijk en hoog, zonder lijf dat mee mag doen.


Ja je vraagt je af wat mensen in die tijd heeft bezield. Was het dan zo triest om mens te zijn, vanwege de oorlogen en het vroege sterven aan ziekten die rondspookten? Zag Bach in zijn eigen bestaan geen vreugde meer, na de begrafenis van zijn zoveelste kind? Onbegrijpelijk, dat doodsverlangen dat klinkt in de teksten waarop Bach toch vol overgave zijn prachtige muziek maakte.


Wat is de bedoeling van een kunstwerk? De betekenis van kunst valt niet per se samen met wat de maker ermee bedoelde. Het kunstwerk reist door de tijd en verbindt zich met andere eeuwen en omgevingen, met mensen in nieuwe situaties. Aan het kunstwerk ontspruit telkens nieuwe betekenis.

De cantate uit 1723 vult vanavond deze kerk, ze klinkt voor het eerst op deze plek in onze oren en komt tot een betekenis die uniek is. Hier en nu wordt de cantate plotseling een daad van verzet. De cantate, nu gehoord, wordt zomaar een feestelijk protest tegen onze neiging alles uit het hier en nu te willen halen en het geluk bij elkaar te shoppen en te graaien: een vrolijk nee tegen de hijgerigheid waarmee wij niets willen missen omdat er verder ook zogenaamd niets meer te verwachten is. Een bizar vaarwel aan onze doorgeslagen Diesseitigkeit. Tabee, terrassen langs Babels rivieren, tabee luxe, tabee ‘appels van Sodom’: alles wat er begeerlijk uitziet maar vervolgens absoluut nergens naar smaakt (2). Tabee — want het mooiste, het verrukkelijkste, het leven zelf, ligt volstrekt buiten onze mogelijkheden, het is iets waar we nog helemaal naar op weg zijn. Wil je je hier hier en nu zo comfortabel mogelijk nestelen? — onzin, want ‘in de hemel is het goed wonen’, zingt de sopraan tot onze verbijstering (3). Tegenover ons postmoderne hedonisme wordt de hemel onverwachts een kritisch begrip: het leven ontsluit zich pas als wij tegen onze grenzen aan lopen, ja als er zogenaamd niets meer te halen is, als wij de laatste grens passeren en ons lichaam in de schoot van de aarde ligt. Schaamteloos weerspreekt de cantate de idee van de maakbaarheid van het leven. Vrolijk relativeert ze de neiging alles nu al te willen, ze lacht de krampachtigheid weg waarmee we het geluk proberen te vangen. Als alles voorbij is, komt het nog. Niks — dat is pas alles. Doodgaan is dus misschien wel niet zo erg…


Wat een ketterij, in deze tijd! Ja, dit is echt kunst, confronterende kunst!


Henk Gols