Website Henk Gols

Cantate 37 ‘Wer da gläubet und getauft wird’

Petruskerk, 10 mei 2015

1. Openingskoor 

Wer da gläubet und getauft wird, der wird selig werden.

2. Aria (tenor) 

Der Glaube ist das Pfand der Liebe,
Die Jesus für die Seinen hegt.
    Drum hat er bloß aus Liebestriebe,
    Da er ins Lebensbuch mich schriebe,
    Mir dieses Kleinod beigelegt.

3. Koraal (duet sopraan en alt) 

Herr Gott Vater, mein starker Held!
Du hast mich ewig vor der Welt
In deinem Sohn geliebet.
Dein Sohn hat mich ihm selbst vertraut,
Er ist mein Schatz, ich bin sein Braut,
Sehr hoch in ihm erfreuet.
Eia!
Eia!
Himmlisch Leben wird er geben mir dort oben;
Ewig soll mein Herz ihn loben.

4. Recitatief (bas) 

Ihr Sterblichen, verlanget ihr,
Mit mir
Das Antlitz Gottes anzuschauen?
So dürft ihr nicht auf gute Werke bauen;
Denn ob sich wohl ein Christ
Muss in den guten Werken üben,
Weil es der ernste Wille Gottes ist,
So macht der Glaube doch allein,
Dass wir vor Gott gerecht und selig sein.

5. Aria (bas) 

Der Glaube schafft der Seele Flügel,
Dass sie sich in den Himmel schwingt,
Die Taufe ist das Gnadensiegel,
Das uns den Segen Gottes bringt;
Und daher heißt ein selger Christ,
Wer gläubet und getaufet ist.

6. Slotkoraal 

Den Glauben mir verleihe
An dein' Sohn Jesum Christ,
Mein Sünd mir auch verzeihe
Allhier zu dieser Frist.
Du wirst mir nicht versagen,
Was du verheißen hast,
Dass er mein Sünd tu tragen
Und lös mich von der Last.

Deze cantate bevestigt op feestelijke wijze dat het leven in de kern een zaak is van vreugde en geluk. Vreugdevol brengt zij grondwoorden van het christelijk geloof tot klinken. Voor Bach heeft geloven alles te maken met muziek. Geloof is een diep vertrouwen, dat ons vleugels geeft. In deze Hemelvaartscantate wiekt de ziel, ons eigenste ik, omhoog naar de hemel. Hemel staat voor onvoorwaardelijke liefde die naar ons toekomt, voor bestemming die boven onze eigen mogelijkheden en verdiensten uitgaat, voor wat gratuïet een en al belofte is.

In de aria van de bas (5) en het slotkoraal (6) ontstijgen we vol vertrouwen aan wat ten enenmale zonde van ons leven is. We worden van een last bevrijd. We hoeven niet meer in de greep te zijn van verleden dat ons verlamt, alles ligt naar voren open. Iets in die trant is het wat Bach in het religieuze idioom van zijn tijd vertelt. Hij vertelt het ons via de muziek — of is hij ook verantwoordelijk voor de compositie van de tekst?

De cantate ademt de vreugde om het kleinood van het vertrouwen. Vertrouwen is geen prestatie, het is een geschenk. Bevoorrecht zijn we als we van onze ouders hebben leren vertrouwen. In de cantate komt het vertrouwen van de kant van Christus. Het vertrouwen dat in ons is neergelegd is het onderpand van zijn liefde. Vertrouwen wordt alleen maar uit liefde geboren.

Fundamentele noties komen in de cantate aan de orde. Vreugde en geluk komen het leven niet binnen via lijsten die netjes worden afgewerkt. Leven is meer dan goede prestaties leveren. Alles keurig in orde kan ook buitenkant zijn. Het gaat niet zomaar om de dingen die ik doe maar, op een ander niveau niveau, om het vertrouwen waarmee ik ze doe (4).

Wie gelooft en gedoopt wordt… De doop is een teken, een stempel, een markering, een tattoo die herinnert aan een onvoorwaardelijk ja dat ten grondslag ligt aan het bestaan. Een ja vol liefde, dat mijn vertrouwen mogelijk maakt. Bevestigend en vol vertrouwen klinkt het openingskoor al vanaf de eerste maten.

Alsof het leven ten diepste helemaal oké is.


Henk Gols