Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Cantate 42  Am Abend aber desselbigen Sabbats

Petruskerk, 12 april 2015

1. Sinfonia

2. Recitatief (tenor)
Am Abend aber desselbigen Sabbats,
Da die Jünger versammlet
Und die Türen verschlossen waren
Aus Furcht für den Jüden,
Kam Jesus und trat mitten ein.

3. Aria (alt)

Wo zwei und drei versammlet sind
In Jesu teurem Namen,
Da stellt sich Jesus mitten ein
Und spricht darzu das Amen.
Denn was aus Lieb und Not geschicht,
Das bricht des Höchsten Ordnung nicht.

4. Duet (sopraan en tenor)

Verzage nicht, o Häuflein klein,
Obschon die Feinde willens sein,
Dich gänzlich zu verstören,
Und suchen deinen Untergang,
Davon dir wird recht angst und bang:
Es wird nicht lange währen.

5. Recitatief (bas)

Man kann hiervon ein schön Exempel sehen
An dem, was zu Jerusalem geschehen;
Denn da die Jünger sich versammlet hatten
Im finstern Schatten,
Aus Furcht für denen Jüden,
So trat mein Heiland mitten ein,
Zum Zeugnis, dass er seiner Kirche Schutz will sein.
Drum lasst die Feinde wüten!

6. Aria (bas)

Jesus ist ein Schild der Seinen,
Wenn sie die Verfolgung trifft.
Ihnen muss die Sonne scheinen
Mit der güldnen Überschrift:
Jesus ist ein Schild der Seinen,
Wenn sie die Verfolgung trifft.

7. Slotkoraal

Verleih uns Frieden gnädiglich,
Herr Gott, zu unsern Zeiten;
Es ist doch ja kein andrer nicht,
Der für uns könnte streiten,
Denn du, unsr Gott, alleine.

Gib unsern Fürsten und all'r Obrigkeit
Fried und gut Regiment,
Dass wir unter ihnen
Ein geruhig und stilles Leben führen mögen
In aller Gottseligkeit und Ehrbarkeit.

Amen.

Een gemeenschap in de verdrukking — het is van alle tijden. Overal in de wereld de minderheden die te leiden hebben van de wreedheid van religieuze fanatici of van een corrupte overheid en haar milities. Deze cantate zou zomaar een ode kunnen zijn aan vervolgde bevolkingsgroepen her en der, toen en nu. De cantate zelf is al een actualisering van het bijbelse verhaal over een groep mensen die in angst bijeen zijn, met de deuren gesloten: de tekst van het duet (4) is ontleend aan een kerklied dat geschreven werd in de Dertigjarige Oorlog, dat grootschalige Europese conflict, waardoor met name ook de Duitse bevolking geteisterd werd. Naar schatting is veertig procent van de bevolking omgekomen. ‘Geef de moed niet op, kleine kudde. De vijand wil je volledig vernietigen. Begrijpelijk dat je bang bent…’

Van alle tijden en van overal is het dat mensen liefst de deur op slot houden. De media leveren ons dagelijks nieuwe beelden van steeds weer dezelfde angst.

In de cantate is de dreiging hoorbaar: in de onheilspellende akkoorden onder het recitatief van de tenor (2), in de hoekige ondertonen van het duet (4), in de muzikale onderstreping van het woord ‘vervolging’ in de aria van de bas (6). En in het vrome gebed voor de overheid waarmee de cantate afsluit, zou je de felle kritiek op diezelfde overheid kunnen horen, van wie verwacht wordt dat ze eindelijk orde op zaken stelt en de vrede dient, zodat wie nu met de nek worden aangekeken in alle rust kunnen leven en geloven en worden gerespecteerd.


De cantate heeft echter niet de kleur van de angst maar van de vrede. De sfeer is die van een lenteavond zoals we die nu beleven. Met recht is het een paascantate. Al in de Sinfonia, waarmee de cantate opent, vallen de dingen op hun plek, het is o.k. Zoals in het evangelieverhaal met de angstvallig gesloten deuren, zo treedt ook in de cantate de Jezusfiguur binnen en herschikt de bange wanorde van het opgejaagde bestaan. Majestueus schrijdt hij binnen, die vreemde gewonde gestalte die op de een of andere manier gewonnen heeft van schrik en terreur. In de aria van de alt daalt een bovenaardse rust neer. Heel die eindeloze aria lijkt een bedding waarin wij ons met alles waar we bang voor zijn veilig kunnen neerleggen. Hè hè, laat maar los, kom maar bij, we hebben de tijd, dit duurt wel even. — En als je denkt: maar dit was het dan wel, deze therapeutische aria, dan begint ze rustig opnieuw.

Een cantate als een triomfantelijke glimlach, een lenteavond vol belofte — vanwege de vrede van Pasen, die zich toegang verschaft juist waar we uit angst de deuren liever gesloten houden.


Henk Gols