Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Cantate 100 ‘Was Gott tut, das is wohlgetan’

Petruskerk,
11 september 2016

1. Openingskoor  

Was Gott tut, das ist wohlgetan,
Es bleibt gerecht sein Wille;
Wie er fängt meine Sachen an,
Will ich ihm halten stille.
Er ist mein Gott,
Der in der Not
Mich wohl weiß zu erhalten;
Drum lass ich ihn nur walten.

2. Aria (duet, alt en tenor)

Was Gott tut, das ist wohlgetan,
Er wird mich nicht betrügen;
Er führet mich auf rechter Bahn,
So lass ich mich begnügen
An seiner Huld
Und hab Geduld,
Er wird mein Unglück wenden,
Es steht in seinen Händen.

3. Aria (sopraan)

Was Gott tut, das ist wohlgetan,
Er wird mich wohl bedenken;
Er, als mein Arzt und Wundermann,
Wird mir nicht Gift einschenken
Vor Arzenei.
Gott ist getreu,
Drum will ich auf ihn bauen
Und seiner Gnade trauen.

4. Aria (bas)
Was Gott tut, das ist wohlgetan,
Er ist mein Licht, mein Leben,
Der mir nichts Böses gönnen kann,
Ich will mich ihm ergeben
In Freud und Leid!
Es kommt die Zeit,
Da öffentlich erscheinet,
Wie treulich er es meinet.

5. Aria: alt

Was Gott tut, das ist wohlgetan,
Muss ich den Kelch gleich schmecken,
Der bitter ist nach meinem Wahn,
Laß ich mich doch nicht schrecken,
Weil doch zuletzt
Ich werd ergötzt
Mit süßem Tost im Herzen;
Da weichen alle Schmerzen.

6. Slotkoor

Was Gott tut, das ist wohlgetan,
Derbei will ich verbleiben.
Es mag mich auf die rauhe Bahn
Not, Tod und Elend treiben,
So wird Gott mich
Ganz väterlich
In seinen Armen halten;
Drum lass ich ihn nur walten.

Wij allemaal moeten ons met het leven zien te verhouden. Met de vreugde en de pijn, het zoete en het bittere. Zelden gaat het zoals je had gepland, plotseling gebeurt waar je niet om had gevraagd. Het onverwachte overkomt je — als tegenvaller, streep door de rekening. Of als genade.

Wij zijn het zelf die aan wat ongevraagd gebeurt, betekenis geven. De interpretatie is ons eigen werk. Ook als je het zwaar te verduren hebt gehad, kan het verhaal van je leven sprankelen van vitaliteit. Omgekeerd kan het zijn dat je leven tamelijk ongeschokt verloopt, eigenlijk niks aan de hand, maar toch is je verhaal vermoeiend en vreugdeloos.

Betekenis geven aan je leven is iets doen met wat je wordt aangereikt. Er bestaan talloze scripts van zingeving. Literatuur, poëzie, beeldende kunst, film, filosofie, godsdienst en natuurbeleving: ze leveren draden, patronen, ramen voor het weefsel van ons levensverhaal. En de muziek! En binnen de eindeloze wereld van de muziek de cantate van vanavond: ‘Was Gott tut, das ist wohlgetan’.

Let op hoe de cantate betekenis geeft aan wat ons overkomt. Met name het muzikaal zo rijke openingskoor en slotkoor benadrukken dat ons leven uiteindelijk wordt gedragen door een feestelijk geheim. Het geheim heet God. Maar ‘God’ is een code die wij niet zomaar meer begrijpen. Vanwege negatieve ervaringen met religie in verleden en heden is het voor menigeen een onmogelijk beladen woord, waar achterlijke associaties omheen liggen. Wat bedoel je? Wie bedoel je? ‘God’ staat in deze cantate tegenover ‘noodlot’. Tekst en muziek van de cantate zijn doortrokken van het vertrouwen dat wij niet de willoze prooi zijn van wat noodlottig over ons heen spoelt. Wij zijn ingebed in iets groters, dat niet grillig is maar goed, niet bitter maar zoet.

‘Wat God doet, dat is welgedaan’ — zo klinkt het begin van alle coupletten van het lied dat Samuel Rodigast rond het jaar 1695 schreef voor zijn doodzieke vriend, cantor Severus Gastorius uit Jena. Severus Gastorius werd er duidelijk beter van en componeerde vervolgens zelf een melodie bij dat hoopvolle lied. Tekst en melodie bleken sterk genoeg om de tand des tijds te doorstaan. In de kerk wordt het lied nog steeds gezongen.


Hielden Samuel Rodigast en Severus Gastorius en Bach zichzelf op hun vrome manier mooi voor de gek? Welnee. Ze deden wat wij doen: betekenis geven aan wat over ons heen walst en waar we doorheen moeten. Voor Bach was het koraal van Samuel Rodigast en Severus Gastorius geloofwaardig. Bach bevestigt in zijn muziek dat er meer is dan het verdriet. Even, tenminste deze cantate lang, is het veilig en feestelijk om ons heen.


Het lied ‘Was Gott tut das ist wohlgetan’ is in de 19e eeuw door de blinde dichteres Petronella Moens uit Aardenburg in Zeeuws-Vlaanderen in het Nederlands vertaald. In de 20e eeuw doet een Nijmegenaar het nog een keer: het is de dichter, organist, jazzmusicus, cabaretier en dominee Jan Wit (1914-1980). Hij werd in onze stad geboren en was van 1948 tot 1967 predikant van de Waalse gemeente in de Stevenskerk. Ook Jan Wit was blind. Een noodlot. Maar God was voor hem de code die zijn leven opende naar het licht. In zijn gedichten spelen steeds weer lichtmotieven. Hij laat het licht uit het vierde couplet van het lied van Samuel Rodigast terugkomen in zijn vertaling van het slotcouplet.


Als God mij leidt

kan ik de tijd

van duisternis verdragen:

ik zal zijn licht zien dagen.


Zo reist het lied door de tijd, naar Zeeuws-Vlaanderen en Nijmegen. En hier in Hees horen we het vanavond opnieuw vertolkt in een cantate waarin het lijkt of ons leven niet kapot kan. Vanwege dat geheim, prachtig, voor en achter, dat aan ons leven betekenis geeft.


Henk Gols

Bewerking van een eerdere uitleg op 12 september 2010