Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Cantate 128, ‘Auf Christi Himmelfahrt allein’

Petruskerk, 8 mei 2016

1. Koor 

Auf Christi Himmelfahrt allein
Ich meine Nachfahrt gründe
Und allen Zweifel, Angst und Pein
Hiermit stets überwinde;
Denn weil das Haupt im Himmel ist,
Wird seine Glieder Jesus Christ
Zu rechter Zeit nachholen.

2. Recitatief (tenor) 

Ich bin bereit, komm, hole mich!
Hier in der Welt
Ist Jammer, Angst und Pein;
Hingegen dort, in Salems Zelt,
Werd ich verkläret sein.
Da seh ich Gott von Angesicht zu Angesicht,
Wie mir sein heilig Wort verspricht.

3. Aria en recitatief (bas) 

Auf, auf, mit hellem Schall
Verkündigt überall:
Mein Jesus sitzt zur Rechten!
Wer sucht mich anzufechten?
Ist er von mir genommen,
Ich werd einst dahin kommen,
Wo mein Erlöser lebt.
Mein Augen werden ihn in größter Klarheit schauen.
O könnt ich im voraus mir eine Hütte bauen!
Wohin? Vergebner Wunsch!
Er wohnet nicht auf Berg und Tal,
Sein Allmacht zeigt sich überall;
So schweig, verwegner Mund,
Und suche nicht dieselbe zu ergründen!

4. Aria (duet alt en tenor)

Sein Allmacht zu ergründen,
Wird sich kein Mensche finden,
Mein Mund verstummt und schweigt.
    Ich sehe durch die Sterne,
    Dass er sich schon von ferne
    Zur Rechten Gottes zeigt.

5. Slotkoor 

Alsdenn so wirst du mich
Zu deiner Rechten stellen
Und mir als deinem Kind
Ein gnädig Urteil fällen,
Mich bringen zu der Lust,
Wo deine Herrlichkeit
Ich werde schauen an
In alle Ewigkeit.

Het openingskoor van de cantate van vanavond is een feest. Aan de muziek hoor je dat de hemelvaart van Christus voor Bach een swingend thema is. Met primitieve, op de lachspieren werkende plaatjes (Jezus die als een soort luchtballon recht omhoog stijgt naar de hemel) heeft de hemelvaart voor Bach niets te maken. Zijn muziek vertolkt een majestueuze beweging waarin alle stemmen, waarin wij allemaal meegenomen worden. Een beweging naar boven, die bij Jezus begonnen is.

Ooit heeft Jezus in Palestina rondgelopen en is hij er als een misdadiger doodgemarteld. Feitelijk echter is hij na zijn vernederende terechtstelling zijn zegetocht begonnen door de eeuwen die kwamen. Ik kom net terug uit Bourgondië en heb me weer eens verwonderd over de explosie aan Romaanse kerken en kerkjes die daar in de 11e en 12e eeuw heeft plaatsgehad. Het land is via de romaanse bouwsels gemerkt met Christus, die zich op de een of andere manier niet liet wegstoppen en doodzwijgen in het verleden, maar onder andere in sublieme architectuur, beeldende kunst en muziek naar voren trad met een vitale kracht.

De postume opgang, de zegetocht van die ooit weggehoonde en vermoorde Christus is in de cantate van Bach een bron van hoop voor ons allemaal. Hoop dat het met ons ergens naartoe gaat. Dat wij in deze opgeheven Christus mee worden opgetild en terechtkomen en prachtig worden.

De tekst van de cantate is Bachs eigen bewerking van een script van de toen dertigjarige dichteres Christiane Mariane von Ziegler. In de cantatetekst is telkens sprake van kijken, zien, aanschouwen. Kijken terwijl er concreet niets te zien is. De cantate is vol blikken die naar boven en naar voren zijn gericht. Niet zozeer om te ontsnappen aan het hier en nu. Maar om door de zo vaak verdrietige dingen die gebeuren heen te kijken en een glimp op te vangen van: schittering, het stralende waarmee de armzalige Jezus bekleed is geraakt en dat zich ook op ons wil leggen, straks, ooit.

Je zou de cantate kunnen beluisteren als een ode aan mens en schepping, die mogen delen in de beweging naar boven, naar voren, zoals die in de figuur van Christus is uitgetekend. Een beweging die Bach in feestelijke muziek probeert te vangen.


Henk Gols