Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Cantate 44 ‘Sie werden euch in den Bann tun’


Petruskerk, 13 mei 2018

1. Openingsduet (tenor, bas)

Sie werden euch in den Bann tun.

2. Koor

Es kömmt aber die Zeit, dass, wer euch tötet, wird meinen, er tue Gott einen Dienst daran.

3. Aria (alt)

Christen müssen auf der Erden 
Christi wahre Jünger sein.
  Auf sie warten alle Stunden, 
  Bis sie selig überwunden
  Marter, Bann und schwere Pein. 

4. Koraal

Ach Gott, wie manches Herzeleid
Begegnet mir zu dieser Zeit! 
Der schmale Weg ist trübsalvoll,
Den ich zum Himmel wandern soll.

5. Recitatief (bas)

Es sucht der Antichrist,
Das große Ungeheuer, 
Mit Schwert und Feuer
Die Glieder Christi zu verfolgen,
Weil ihre Lehre ihm zuwider ist.
Er bildet sich dabei wohl ein,
Es müsse sein Tun Gott gefällig sein.
Allein, es gleichen Christen denen
  Palmenzweigen,
Die durch die Last nur desto höher steigen. 

6. Aria (sopraan)

Es ist und bleibt der Christen Trost,
Daß Gott vor seine Kirche wacht.
  Denn wenn sich gleich die Wetter türmen,
  So hat doch nach den Trübsalstürmen
  Die Freudensonne bald gelacht. 

7. Slotkoraal

So sei nun, Seele, seine
Und traue dem alleine,
Der dich erschaffen hat.
Es gehe, wie es gehe:
Dein Vater in der Höhe,
Der weiß zu allen Sachen Rat.

Onverbiddelijk, dreigend, huiveringwekkend is de sfeer meteen al in het begin van de cantate, als de volgende woorden van Jezus worden tot klinken worden gebracht:

‘Ze zullen jullie in de ban doen.
Ja de tijd komt dat wie jullie doodt, zal menen daarmee God een dienst te doen.’
(Johannes 15:2)

‘Ze zullen jullie in de ban doen’, zingen tenor en bas. Vervolgens valt verbijsterd het koor in; de muziek giert en huilt: ‘Ja de tijd komt dat wie jullie doodt, zal menen daarmee God een dienst te doen.’

Het is de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren. Een verweesde zondag, met de dramatische thematiek van weggaan en komen — maar hoe en wanneer dan? van alleen gelaten worden met een onduidelijke verwachting. En dan daarbij de ervaring dat de wereld niet meezit, ja zich zelfs tegen je keert. In wat je zou willen zeggen, in in je levenskeuze word je totaal niet begrepen. Je roept met je goede bedoelingen vijandigheid op.

In de evangelietekst klinkt de ervaring door van Joden die, eind eerste eeuw, vanwege hun geloof in Jezus de synagoge uit zijn gezet. Bach verwerkt in zijn cantate de ervaring van degenen die in de tijd van de Reformatie door kerkelijke overheden werden verketterd en vervolgd. Troostend richt zich de cantate tot al diegenen die vanwege hun diepste overtuiging eenzaam worden. Tot al die bevlogenen die de gevestigde maatschappij en zittende macht tegen zich krijgen. Tot al diegenen die uit de gratie raken, van wie het anders zijn als verdacht, verfoelijk en bedreigend wordt neergezet. Een cantate als een ode aan kwetsbare mensen van goede wil die worden weggehoond en achterna gezeten.

Op het eind van het recitatief van de bas (5) gaat het over palmtwijgen. Palmbomen komen in de bijbelse psalmen voor als beeld van de rechtvaardigen. In de barok heet het dat palmen beter en steviger groeien als je ze onder druk zet, als je er een gewicht op laat drukken (palma sub pondere crescit). Van weerstand word je sterker. Kiezen voor de gemakkelijke weg, je geluk zoeken in comfort, onkritisch meepraten met de rest en je aanpassen aan de groepscode, levert een uitermate oppervlakkig leven op.

Alleen wie óók door het donker gaat, begrijpt de betekenis van het licht: krachtig en vrolijk breekt in de aria van de sopraan (6) de zon door.

Want gaandeweg de cantate groeit het vertrouwen dat weerstand de weerlozen niet zal breken. Laat maar woeden, laat maar stormen, laat maar gaan zoals het gaat, zingt het troostend op deze eenzame zondag — net alsof je juist in je radeloosheid, je kwetsbaarheid, in de leegte van het wachten de ervaring zult mogen opdoen dat er over je gewaakt wordt, dat je behoed wordt.


Henk Gols ©