Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Cantate 144 ‘Nimm was dein ist, und gehe hin’


Petruskerk, 12 februari 2017

1. Koor 

Nimm, was dein ist, und gehe hin.


2. Aria (alt) 

Murre nicht,
Lieber Christ,
Wenn was nicht nach Wunsch geschicht;
  Sondern sei mit dem zufrieden,
  Was dir dein Gott hat beschieden,
  Er weiß, was dir nützlich ist.

3. Koraal 

Was Gott tut, das ist wohlgetan,
Es bleibt gerecht sein Wille;
Wie er fängt meine Sachen an,
Will ich ihm halten stille.
Er ist mein Gott,
Der in der Not
Mich wohl weiß zu erhalten:
Drum lass ich ihn nur walten.

4. Recitatief (tenor) 

Wo die Genügsamkeit regiert
Und überall das Ruder führt,
Da ist der Mensch vergnügt
Mit dem, wie es Gott fügt.
Dagegen, wo die Ungenügsamkeit das Urteil spricht,
Da stellt sich Gram und Kummer ein,
Das Herz will nicht
Zufrieden sein,
Und man gedenket nicht daran:
Was Gott tut, das ist wohlgetan.

5. Aria (sopraan)

Genügsamkeit
Ist ein Schatz in diesem Leben,
Welcher kann Vergnügung geben
In der größten Traurigkeit,
Genügsamkeit.
Denn es lässet sich in Allem
Gottes Fügung wohl gefallen
Genügsamkeit.

6. Koraal 

Was mein Gott will, das gscheh allzeit,
Sein Will, der ist der beste.
Zu helfen den'n er ist bereit,
Die an ihn glauben feste.
Er hilft aus Not, der fromme Gott,
Und züchtiget mit Maßen.
Wer Gott vertraut, fest auf ihn baut,
Den will er nicht verlassen.

Verzet en overgave —die titel heeft de verzameling brieven gekregen die de lutherse theoloog Bonhoeffer stuurde uit zijn cel, waar hij door de nazi’s gevangen was gezet. Hij werd in het voorjaar van ’45 terechtgesteld.

Verzet: je moet niet te snel iets goed vinden. Niet te snel berusten. De cantate van vanavond bevat twee kerkliederen ‘Wat God doet, dat is welgedaan’ en ‘Wat mijn God wil geschiede altijd’. Die liederen kunnen te gemakkelijk worden gezongen. Dan worden het brave dooddoeners. Zeggen en zingen dat het goed is wat er gebeurt, ‘laat maar komen’, dat is pas zuiver als je gevochten hebt, als je je door de crisis gevochten hebt. Overgave — via het verzet.

Geloof in bijbelse zin roept binnen en buiten de kerk weerstand op. Want het staat dwars op onze concepten. Bach zegt ons in zijn cantate dat we niet moeten mopperen, maar dat mopperen ligt wél voor de hand. De cantate hoort bij de zondag van vandaag, die volgens middeleeuwse en ook lutherse traditie het begin vormt van de Paascyclus, zondag Septuagesima. Het begin van de oriëntatie op het komende Paasfeest vraagt een andere manier van denken. Solliciteer je naar een baan en word je aangenomen, dan vlieg je er doorgaans als laatst binnengekomene ook het eerst weer uit. De laatste heeft de minste rechten. En je beloning hangt af van wat je presteert. Maar in Jezus’parabel gaat het gangbare schema prestatie-beloning onderuit.

Een landheer werft bij het ochtendgloren arbeiders voor zijn wijngaard. Halverwege de morgen plukt hij nog meer arbeiders van het marktplein. Om twaalf uur ’s middags en ook rond drieën gaat hij nog een keer. Tegen de avond vindt hij op het marktplein nog steeds mensen zonder werk; ze werden door niemand ingehuurd. Ze mogen alsnog bij de landheer aan de slag. Op het eind van de dag worden alle arbeiders uitbetaald, te beginnen bij de laatsten. De eersten denken dat zij redelijkerwijs meer zullen ontvangen dan de laatsten. Allen krijgen echter evenveel. Degenen die de zwaarte van de dag en de hitte hebben moeten doorstaan, zijn diep teleurgesteld. Wij waren toch de eersten!

De zin van het leven zit niet in de beloning. Dat je gevráágd wordt, geroepen, is waar het leven om draait. Dat je aan je roeping beantwoordt geeft betekenis aan je leven. Niet de lof die je oogst, niet het geld dat je binnenhaalt, niet de strepen die je verdient.

De cantate van vanavond vraagt om overgave. Om het staken van het verzet, de verongelijktheid, het klagen omdat anderen zouden worden bevoordeeld en jij tekort zou komen. Het openingskoor schudt ons flink door elkaar. Zeur niet, vergelijk jezelf niet met anderen, neem het jouwe en ga heen. Het is goed zo!


Henk Gols ©