Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Cantate 38 ‘Aus tiefer Not schrei ich zu dir’


Petruskerk, 9 oktober 2016

1. Koor 

Aus tiefer Not schrei ich zu dir,
Herr Gott, erhör mein Rufen;
Dein gnädig Ohr neig her zu mir
Und meiner Bitt sie öffne!
Denn so du willt das sehen an,
Was Sünd und Unrecht ist getan,
Wer kann, Herr, vor dir bleiben?

2. Recitativef (alt) 

In Jesu Gnade wird allein
Der Trost vor uns und die Vergebung sein,
Weil durch des Satans Trug und List
Der Menschen ganzes Leben
Vor Gott ein Sündengreuel ist.
Was könnte nun
Die Geistesfreudigkeit zu unserm Beten geben,
Wo Jesu Geist und Wort nicht neue Wunder tun?

3. Aria (tenor) 

Ich höre mitten in den Leiden
Ein Trostwort, so mein Jesus spricht.
    Drum, o geängstigtes Gemüte,
    Vertraue deines Gottes Güte,
    Sein Wort besteht und fehlet nicht,
    Sein Trost wird niemals von dir scheiden!

4. Recitatief (sopraan)

Ach! Dass mein Glaube noch so schwach,
Und dass ich mein Vertrauen
Auf feuchtem Grunde muss erbauen!
Wie ofte müssen neue Zeichen
Mein Herz erweichen?
Wie? kennst du deinen Helfer nicht,
Der nur ein einzig Trostwort spricht,
Und gleich erscheint,
Eh deine Schwachheit es vermeint,
Die Rettungsstunde.
Vertraue nur der Allmachtshand und seiner Wahrheit Munde!

5. Aria (terzetto sopraan, alt, bas) 

Wenn meine Trübsal als mit Ketten
Ein Unglück an dem andern hält,
So wird mich doch mein Heil erretten,
Dass alles plötzlich von mir fällt.
Wie bald erscheint des Trostes Morgen
Auf diese Nacht der Not und Sorgen!

6. Koraal 

Ob bei uns ist der Sünden viel,
Bei Gott ist viel mehr Gnade;
Sein Hand zu helfen hat kein Ziel,
Wie groß auch sei der Schade.
Er ist allein der gute Hirt,
Der Israel erlösen wird
Aus seinen Sünden allen.

Uit de diepte roep ik,
de profundis,aus tiefer Not,
uit afgronden.


De afgronden kennen we allemaal wel. En de bijbehorende diepe eenzaamheid. Maar Bach vult de afgronden met een weefsel waarin afzonderlijk roepende stemmen op elkaar inspelen. Het motief van mijn verdriet wordt door de andere stemmen opgepakt. Ik krijg gezelschap, antwoord, tegenspraak, verbinding. Eenzaamheid maakt plaats voor solidariteit.


In onze samenleving is er veel eenzaamheid — onder ouderen maar juist ook onder jongeren. Het is niet goed om alleen te zijn. Om alleen te roepen. Of om dan maar te zwijgen omdat er toch niemand is die jou wil luisteren. Ooit gingen we allemaal naar de kerk. Of zongen we samen de Internationale. Die verbanden zijn we merendeels kwijt. Maar gelukkig zijn er deze Bachcantates. Zodat we onze stemmen kunnen voegen in wat groter is dan wij-ieder-op-onszelf.


‘Uit de diepte roep ik tot U, o Heer.’ Het is het begin van een van de bijbelse psalmen (psalm 130). De kerkhervormer Luther maakte in 1524 op die psalm-uit-de-diepte een lied. Hij schreef de tekst en componeerde ook de melodie. Luther tilde die oude psalm naar de 16e eeuw. En tweehonderd jaar later gebruikte Bach Luthers psalmbewerking op die mooie subtiele maar o zo sterke renaissance-melodie, voor zijn cantate ‘Aus tiefer Not schrei ich zu dir’.


Het openingskoor van deze cantate valt met de deur in huis. Het heftige roepen uit de diepte begint meteen, er gaat geen voorspel aan vooraf. Melodie en tegenmelodie, dalende noten en opwaartse lijnen, ze roepen elkaar op, gaan met elkaar in dialoog, verstrengelen zich. Een harmonische, strak gecomponeerde rijkdom, die alle mogelijke eenzaamheid voor even opheft. Al zingend komen we de afgrond uit.


We zouden vaker samen moeten zingen. Hoe goed dat dat hier gebeurt. Dankzij Bach. Goddank!, zou Bach liever zeggen.



Henk Gols ©