Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Cantate 52 ‘Falsche Welt, dir trau ich nicht!’

PETRUSKERK, 11 NOVEMBER 2018

1. Sinfonia 

2. Recitatief (sopraan)

Falsche Welt, dir trau ich nicht!
Hier muss ich unter Skorpionen
Und unter falschen Schlangen wohnen.
Dein Angesicht,
Das noch so freundlich ist,
Sinnt auf ein heimliches Verderben:
Wenn Joab küsst,
So muss ein frommer Abner sterben.
Die Redlichkeit ist aus der Welt verbannt,
Die Falschheit hat sie fortgetrieben,
Nun ist die Heuchelei
An ihrer Stelle blieben.
Der beste Freund ist ungetreu,
O jämmerlicher Stand!

3. Aria (sopraan) 

Immerhin, immerhin,
Wenn ich gleich verstoßen bin!
   Ist die falsche Welt mein Feind,
   O so bleibt doch Gott mein
Freund,
   Der es redlich mit mir meint.

4. Recitatief (sopraan) 

Gott ist getreu!
Er wird, er kann mich nicht verlassen;
Will mich die Welt und ihre Raserei
In ihre Schlingen fassen,
So steht mir seine Hilfe bei.
Auf seine Freundschaft will ich bauen
Und meine Seele, Geist und Sinn
Und alles, was ich bin,
Ihm anvertrauen.

5. Aria (sopraan)

Ich halt es mit dem lieben Gott,
Die Welt mag nur alleine bleiben.
   Gott mit mir, und ich mit Gott,
   Also kann ich selber Spott
   Mit den falschen Zungen treiben.

6. Choral 

In dich hab ich gehoffet, Herr,
Hilf, dass ich nicht zuschanden werd,
Noch ewiglich zu Spotte!
Das bitt ich dich,
Erhalte mich
In deiner Treu, Herr Gotte!


Wat is er mis met postbodes? Het schijnt niet ongewoon te zijn dat kunstenaars hun ambacht met een baan als postbode combineren. Ik kan me zomaar voorstellen dat de al wat oudere, zeer beminnelijke postbode bij ons in Lent poëzie schrijft. Ik lees aan hem hoogte en diepte af. De beeldend kunstenaar Jan Schoonhoven maakte zijn abstracte werkstukken in de vrije tijd naast zijn baan bij de toenmalige PTT. Het is allemaal mogelijk. En toch vond ik in een van de al bestaande besprekingen van de cantate van vanavond de volgende sneer over de kwaliteit van de tekst waarvan Bach zich bedient: ‘Wat een bedroevend dichterschap dat tot dit soort passages leidt, waarschijnlijk een pennenvrucht van de plaatselijke postbezorger.’


Nee, wij weten nu zeker dat de tekst niet door een postbode geschreven is. Pas sinds 2015 hebben wij die zekerheid. Laat het dus duidelijk zijn, een postbode was mij ook goed geweest. Want de tekst heeft kwaliteit genoeg. Het is echte poëzie, er is niets bedroevends aan. Christine Blanken, medewerkster van het Duitse Bach-Archiv, ontdekte in 2015 wie de tekst van deze cantate heeft geschreven. En dat de auteur ook onder andere verantwoordelijk is voor de tekst van de prachtige cantate ‘Ich habe genug’ en van de Johannes Passion. De dichter is een student. Hij studeert in Leipzig mathematica en natuurwetenschappen, maar schuift steeds meer richting theologie. Als student zingt en musiceert hij bij Bach. Zijn naam is Christoph Birkmann.


Deze getalenteerde, heldere jongen dicht dus de teksten die wij vanavond horen. Teksten waarmee Bach blijkbaar uit de voeten kan.


De scherpe observaties van een jongen nog, met zijn woede over het bedrog in de wereld, de huichelachtigheid waarmee mensen voor elkaar de schijn ophouden, vriendelijk doen maar elkaar intussen als een baksteen laten vallen. Een wereld vol slangen en visioenen, intriges, judaskussen. En Bach gaat met dit jonge inzicht aan de slag met muziek vol afgebeten heftigheid, vol gaten in de melodielijn en opgeloste akkoorden. Tot het moment waarop God ter sprake komt. Dan komt er rust en stabiliteit in de muziek.


De tekst van Christoph Birkmann is vroom. Ze getuigt van een verstilde innigheid met God: ‘Gott mit mir, und ich mit Gott’, klinkt het zonder enige terughoudendheid in de tweede aria. De mathematicus en natuurwetenschapper is natuurlijk niet gek. In zijn eigen micro-wereld is hij gestoten op het geheim van het leven dat niet in wetenschappelijke formules is te vangen maar in kunst en mystiek op een eigen manier benaderd wordt en waarvan de ziel de waarheid herkent. Zoals je het diep van binnen wéét als je van iemand houdt.


Van dit vreemde weten, van deze wondere ervaring van geborgenheid getuigen tekst en muziek van deze cantate. In een taal die mogelijk niet meer de onze is. Maar daarom niet minder authentiek — woorden geschreven door een bevlogen jongeman, die al vroeg, studerend en zingen, waarheid op het spoor was en zijn tekst aanbood aan Bach, die er met het grootste plezier de allerbeste muziek van maakte.


Henk Gols