Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Magnificat, BWV 243

Petruskerk, 8 oktober 2017

— bij gelegenheid van 10 jaar Bachcantates Nijmegen —


Wat heeft het feestelijk Magnificat bij de feestelijke viering van 10 jaar Bachcantates in de Petruskerk met de dood van burgemeester Eberhard van der Laan te maken?

De uitstekende column van Bas Heijne in de weekendeditie van de NRC, ditmaal keer gewijd aan de dood van de geliefde Amsterdamse burgermeester, las ik als een helder commentaar bij het Magnificat.

Het Magnificat, de lofzang van Maria, staat opgetekend in het evangelie van Lucas. De evangelist Lucas tekent Maria als vrouwelijke samenvatting van het joodse volk. Ze is vrouwe Jeruzalem, uit wie de messias wordt geboren. Haar lofzang is een knappe samenvatting in poëzie van het Oude Testament, en van de 150 bijbelse psalmen in het bijzonder. In haar lofzang verschijnt God als de door en door barmhartige, die zijn volk trouw blijft en zijn liefde en trouw met name richt op wie onder ligt, de nederige, de vernederde, de arme, die honger heeft. Het is een partijdige aandacht. De zorg waarmee hij zijn dienares in nederige staat, zijn bedreigde kind Israël verheft en optilt, betekent een keuze tegen de grote monden, de potentaten, de rijken…

Nu komt Eberhard van der Laan in beeld. Vergeleken met het grootste deel van de wereldbevolking zijn wij allemaal rijk en Eberhard behoorde ook nog eens tot de bestuurlijke elite. Met status en inkomen hoeft het niet per se mis te zijn. Het gaat erom op wat voor manier precies je je bijzondere plek inneemt. Bas Heijne schrijft: ‘Wat hem — Eberhard — zo populair maakte, ook toen hij niet ziek was, is de combinatie van nuchterheid en gedrevenheid — twee eigenschappen die niet zo vaak samen gaan. Dat was zijn bindmiddel voor Amsterdam: betrokkenheid zonder sentimentaliteit.’ Eberhard behoorde tot de weinigen die ‘werkelijk in iets geloofden, hun ego ondergeschikt maakten aan iets dat groter was dan henzelf.’ Bas Heijne gebruikt dan opeens een ouderwets woord: ‘goedertierenheid’, een centraal begrip in de Bijbel en in Maria’s lofzang (‘barmhartigheid’, vers 50). Wat is dan wel goedertierenheid? Bas Heijne: ‘bevlogenheid, iets willen betekenen voor anderen, een vanzelfsprekende betrokkenheid bij groep, omgeving en gemeenschap.’

En die goedertierenheid, die werkelijke betrokkenheid, die bevlogen aandacht ontbreekt in ons land bij de meeste bestuurders uit de publieke en semipublieke sector. Het is het soort arrogante rijken waarover Maria zo venijnig zingt. Bas Heijne noemt een directeur met naam en toenaam: ‘Een jaar na zijn aantreden: zijn kantoor geheel opnieuw ingericht, een golfabonnement van 42.500 euro, businessclass tickets, opzichtige vriendjespolitiek, en zucht, daar is de fles wijn van 198 euro.’ Rijke ego’s, die besturen zonder betrokkenheid. Tegenover een gewoon geworden en schaamteloze fixatie op eigen positie, belang en gewin staat als uitzondering Eberhard en het is heel erg dat hij een uitzondering is. Maar Maria heeft hij aan zijn zijde.

Het Magnificat klinkt vals als het mooie muziek blijft zonder dat we de actualiteit van Maria’s lofzang horen. Prachtige lofzang is het, maar ook aanklacht. Ja dat is het risico dat we nemen met 10 jaar Bachcantates en dan nu Bach’s verklanking van het Maria’s lied: er klinken teksten die een sterk appèl op ons doen. Die ons te denken geven.


Henk Gols ©