Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Het labyrint als dansfiguur


Labyrint voor de Petruskerk te Nijmegen (Hees), in het kader van een culturele manifestatie
(Miek Janssen, september 2008)


Symbool van de levensweg

Aan de Waalkade vind je het labyrint van beeldend kunstenaar Klaus van de Locht. Een labyrint is een ingewikkelde figuur: via heen- en weerbewegingen kom je tenslotte in het midden uit. Je gaat linksom, rechtsom, maakt omtrekkende bewegingen, gaat recht op het midden aan om je even later verder dan ooit van het hart van de figuur te verwijderen. Om van A naar B te komen ga je dus niet langs een overzichtelijke rechte lijn. Ook draai je niet als in een spiraal in voorspelbare kringen rond. In het labyrint raak je gedesoriënteerd, gevoelsmatig is er van progressie geen sprake, je moet terug achter punten waar je eerder al bent geweest.


Het labyrint staat voor het leven. Het staat voor de zoektocht naar de zin, het geheim ervan. Het is een religieus symbool: jij overziet de weg naar het Onbekende niet, jij bent het niet die de richting bepaalt, de weg neemt jou mee en je weet van tevoren niet welke slingers je zult maken. Het labyrint vind je in culturen over de hele wereld. Beroemd is het labyrint in de middeleeuwse kathedraal van Chartres.


Vooruit door terug te gaan

In het Westen zijn we gewend in termen van vooruitgang te denken. Ontwikkeling zijn we ons bij voorkeur voor gaan stellen als een lineaire, opgaande lijn. Wat geweest is achten we al gauw onbruikbaar en irrelevant. Zo zijn we ooit de Middeleeuwen duister gaan noemen en andere culturen en godsdiensten, die ‘nog niet zo ver’ waren als de onze, achterlijk. Nieuw heeft bij ons iets voor op oud. Zo kon het Oude Testament worden gedegradeerd tot een primitieve voorfase van het Nieuwe.


Dit lineaire, progressieve denken over de geschiedenis van cultuur en religie en de ontwikkeling van je eigen individuele bestaan is niet vol te houden, want het leven zelf is niet rechtlijnig. De beweging van het leven vindt in het labyrint een passender uitdrukking. Bij wat geweest is, kom je vroeg of laat weer terug. Je had het alleen maar schijnbaar achter je gelaten. Wil je tot je bestemming komen, dan moet je soms een omweg nemen en opnieuw aan de slag met iets waarmee je al eerder mee bezig was maar blijkbaar nog niet klaar bent. Wat geweest is presenteert zich dus opnieuw en vraagt om eindelijk een goede plek in het geheel van je leven.


In de cultuurgeschiedenis zie je ook telkens weer de beweging terug. In de Renaissance wordt op klassieke voorbeelden teruggegrepen. In de afgelopen decennia groeide er een grote belangstelling voor oude muziek. Die muziek bleek nog lang niet uitgeput, maar wist zich te ontpoppen als iets waar wij vandaag enthousiast over kunnen worden en door geïnspireerd kunnen raken. Zo gaat het ook met oude religieuze bronnen, die de laatste tijd massaal worden aangeboord en soms ook echt onze dorst blijken te lessen. De katholieke en protestantse liturgische vernieuwing van de vorige eeuw is het gevolg van een ver terugbuigen naar wat er al veel eerder was. Vitaliteit bleek te sprankelen juist uit bronnen uit de vroegste christelijke eeuwen. En in de lezing van de Bijbel is ons inmiddels wel duidelijk geworden dat het Oude Testament zo oud en het Nieuwe zo nieuw niet is: de Bijbel kent geen lineaire ontwikkeling, maar is een labyrint op zich. Al in het begin en niet pas op het eind kun je zomaar stuiten op het diepste geheim en heilige grond betreden. En wij zijn niet omdat wij later leven in de tijd dichterbij de nieuwe wereld van God dan mensen van lang geleden.


Wat heet vernieuwing?

Nu naar ons protestantse erf. In het recente beleidsrapport Kiezen voor toekomt spreken we uit dat we binnen onze gereorganiseerde stedelijke gemeente ruimte willen geven aan vernieuwing, bijvoorbeeld van de zondagse kerkdienst. Hoe stellen we ons de vernieuwing voor? Moet het per se anders dan het ooit was? Of moeten we ook terug willen om aan wat er al eerder was ons licht te ontsteken? Echte vernieuwing (bijvoorbeeld in de wereld van de beeldende kunst en van de muziek) lukt doorgaans alleen als je terdege in de traditie bent ingevoerd.


De omweg van het teruggaan helpt ons vooruit. Een van de struikelblokken voor het protestantisme is dat het zich vastbijt en profileert in de afwijzing van het katholieke verleden. Zo zijn wij vooral veel kwijtgeraakt. Voor de toekomst van het protestantisme is het belangrijk dat het zijn verzet staakt, opnieuw en steeds weer door de katholieke traditie heen gaat en zorgvuldig afweegt wat het op weg naar morgen wel en niet meeneemt.


In elk geval verlost de figuur van het labyrint ons van de kramp dat we alsmaar opnieuw het wiel moeten uitvinden en alleen maar één kant op, namelijk naar voren, zouden moeten kijken. We zullen het moeten hebben van de bewegelijkheid: de openheid om voor en achter, links en rechts van ons ongekende betekenis te ontdekken; de wendbaarheid om in onze wereld het vaak onbegrijpelijke spoor te volgen van de Eeuwige, die ieder ogenblik nieuw is maar ook terughaalt wat voorbij is (Prediker 3:15).


Niet alle neuzen dezelfde kant op

In de beweging van het labyrint kom je terug waar je eerder was. Maar ánders, want inmiddels heb je een weg afgelegd. Het kan zijn dat je hemelsbreed verder van het geheim vandaan bent dan toen je je tocht begon. Maar óók de distantie, de vervreemding, de omweg vormt de toegang tot het uiteindelijke geheim voorbij alle omzwervingen.


De gezamenlijke tocht door het labyrint van het leven en van het geloof betekent niet dat onze neuzen allemaal dezelfde kant op moeten staan. Integendeel. Maar hoe verschillend de richting ook (sommigen lopen introvert naar binnen, anderen extravert naar buiten), tot onze verbazing volgen die tegengestelde bewegingen een en dezelfde rode draad naar het geheim. Dat geheim laat zich niet rechtlijnig benaderen, maar uitsluitend via omwegen, in een dansend heen en weer.


Het geloof als dans

Ik hoop dat die dansende beweging tot uitdrukking komt in de liturgie die wij vieren, waarin voortdurend oud en nieuw elkaar willen raken. En in de waardering van oud verleden (in de kerk blijken getuigen uit vervlogen tijden ons soms ver vooruit te zijn). De beweging van het labyrint kan ons ook inspireren in onze benadering van elkaar: de ander draagt immers een geheim, het kan niet zijn dat wij elkaar al snel voor gezien houden, we schorten ons oordeel op, proberen de toegang tot elkaar opnieuw en anders, we blijven open voor verrassingen.


Vitaal geloof is een dansende beweging. Heel iets anders dan starre rechtlijnigheid. Ook wij worden ten dans gevraagd: een dwaze bevrijdende dans door een wereld (en een kerk) vol vaste posities, eenzijdige oordelen en scherpe tegenstellingen.


Henk Gols

Gepubliceerd in Over & Weer, protestants kerkblad voor Nijmegen, oktober 2006