Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Verwoeste stad (2)

Toespraak tijdens de gedachtenis van het bombardement op Rotterdam
in de Grote of Sint Laurenskerk, 14 mei 2009


‘Op de pleinen van Jeruzalem zullen weer oude mannen en vrouwen zitten, ieder met een stok in de hand vanwege de vele dagen. De pleinen van de stad zullen vol zijn van jongens en meisjes, die er spelen, op de pleinen.’

‘Zie ik bevrijd mijn volk uit het land van de zonsopgang en uit het land van de zonsondergang. Ik breng ze, ze zullen wonen in het midden van Jeruzalem.’

(Zacharja 8:4,7-8)

1.

Oude mensen zitten op het plein van de stad en kinderen spelen er. Mensen verdwijnen niet plotseling, ze komen juist te voorschijn: daar zijn ze die wij verloren waanden. Zo zingt het in het bijbelboek Zacharja.


Maar de oorlog is het verhaal van verliezen. Ook al win je, toch verlies je.


In het hart van Nijmegen staat bij het stadhuis, naast twee oude kastanjebomen, een schommel. Gestileerd, maar duidelijk een schommel. De schommel staat op de plek waar ooit kinderen speelden — de kinderen van de Montessori-bewaarschool van een religieuze zustercongregatie.


22 februari 1944. Nog maar even geleden was er luchtalarm en schuilden de kinderen en de zusters weg. Geallieerde vliegtuigen vlogen over naar het oosten. Toen ze voorbij waren werd het sein ‘veilig’ gegeven. Het was kwart over een. Overal kwamen mensen weer uit hun schuilplaats tevoorschijn. Trams en bussen zetten zich in beweging. Op het plein speelden weer de kinderen.

Plotseling kwamen er opnieuw vliegtuigen, uit het oosten nu. Het nieuwe luchtalarm kwam te laat, de bommen vielen al. 24 kinderen en 8 zusters vonden de dood ongeveer op de plek waar nu de schommel staat, bij de kastanjebomen, die de verwoesting overleefden.


In 1944 is Nijmegen in het hart getroffen. Bijna 800 burgers — niet veel minder dan hier in Rotterdam — kwamen om op die 22e februari. Maar het totale aantal slachtoffers in datzelfde jaar bedraagt tegen de 2000. Honderden burgers vielen in de dagen van felle gevechten tijdens de Operatie Market Garden en ook omdat Nijmegen na de bevrijding in september ’44 maandenlang als frontstad onder Duits vuur lag.


Nijmegen — een van de oost-Nederlandse steden die getroffen werden door geallieerde bombardementen. Als de doelen in Duitsland niet werden bereikt, werden de bommen elders afgeworpen, op vliegvelden en spoorwegemplacementen, ook in bezet Nederland. Zogenaamde ‘gelegenheidsdoelen’ waren dat. Het bombardement op Nijmegen was geen vergissing, Nijmegen was zo’n gelegenheidsdoel. De fout was dat de bommen te ver voor het spoorwegemplacement werden afgeworpen. Zo kwam het dat de binnenstad met al die burgers het moest ontgelden.


2.

Het officiële gedenken van de verwoesting die zich in de oost-Nederlandse steden voltrok, is kortgeleden opnieuw begonnen. In Nijmegen was 1994 een keerpunt: toen was het bombardement 50 jaar geleden. Vanaf dat jaar werd de herdenking een stedelijke aangelegenheid, door de lokale overheid geregisseerd, en jaarlijks herhaald. Er kwamen nieuwe monumenten die aan de verschrikking van de oorlog herinnerden: een monument voor de weggevoerde joden, de schommel bij het stadhuis, een wand in het stadhuis met de namen van de burgers die bij het bombardement het leven lieten.


U in Rotterdam zult dat herkennen: die late aandacht. Na het decennia-lange wegstoppen die plotseling oplevende belangstelling, die nieuwe wens om te wéten wat er gebeurde — maar dan niet alleen feiten, cijfers, overzichten, aantallen gedoden en gewonden. Aandacht voor de verhálen: het verhaal van overlevenden, het verhaal dat bij de gestorvenen hoort. De afgelopen vijftien jaar is het bombardement op onze stad aan de vergetelheid ontrukt. De verhalen van overlevenden zijn opgetekend en enkele jaren geleden uitgegeven. Bij de herdenking in februari j.l., 65 jaar na de catastrofe, is een nieuwe studie gepresenteerd: het onderzoek van Joost Rosendaal van de Radboud Universiteit naar het bombardement en de manier waarop de stad met haar trauma is omgegaan.


Bij die bijzondere herdenking na 65 jaar was voor het eerst ook de regering vertegenwoordigd, in de persoon van minister Piet-Hein Donner. Eindelijk landelijke erkenning voor een ramp die nooit een plaats had gekregen in het collectieve geheugen van ons volk.


3.

Wie Nijmegen van de Waalzijde binnenrijdt per trein of auto, ziet de stad liggen, oprijzend tegen de stuwwal langs de rivier. De Stevenskerk met haar toren vormt een markant onderdeel van het silhouet van de stad. Bij het bombardement werd de toren getroffen, die op de zuidbeuk van de kerk stortte. Na de oorlog werden kerk en toren hersteld. In 1953 werd in de toren het cross-of-nails ingemetseld dat de stad uit Coventry ontving: het teken dat de opdracht tot vrede en verzoening impliceert.


Kenmerkend voor het algemene wegdrukken van de traumatische herinneringen aan de verwoestingen van de oorlog, is dat het cross-of-nails in de Stevenskerk vergeten werd. Pas in 2002 kwam het achter een kast te voorschijn, die er blijkbaar ooit een keer nonchalant voor geschoven was.

Kenmerkend voor de recente aandacht voor het verleden is dat het teruggevonden kruis een waardige plek kreeg, niet langer onopvallend in de toren maar in de toegankelijke stiltekapel van de kerk — waar sinds 2002 het vrijdagmiddaggebed voor vrede en verzoening wordt gebeden, in verbondenheid met kerken als de uwe.


In de — vanaf 1994 — jaarlijkse herdenking van het bombardement op Nijmegen had vreemd genoeg de Stevenskerk, voor de stad zo gezichtsbepalend en met haar mee verwoest, tot voorkort geen plek. De groep van het middaggebed heeft dat weten te veranderen. Ze kreeg gedaan dat vorig jaar een korte kerkelijke plechtigheid in het programma van de stedelijke herdenking werd opgenomen. De overheid is voorzichtig in haar contacten met de kerk. De kerk is voor haar blijkbaar niet vanzelfsprekend een betrouwbare partner.


Ik kan me voorstellen dat van de kant van overheid en samenleving de vraag aan de kerk is:

Kerk, ben je een onbaatzuchtige draagster van het visioen van Israëls profeten? Of heb je een dubbele agenda? Streef je ook een eigen belang na, of gaat het je werkelijk om de pleinen van de stad, om de oude mensen die er zitten en kinderen die er zouden moeten spelen. Is de kwaliteit van het stedelijke leven je van harte toegedaan?


Bij de officiële herdenking in februari j.l., met gedelegeerden uit binnen- en buitenland, met de commissaris van de koningin, de minister en vertegenwoordigers van ambassades, had de Stevenskerk een prominente plek. Overheid en kerk kwamen tot een vormgeving die voor beide partijen acceptabel was. De godsdienstige elementen vormden geen wereld op zich en spraken geen geheimtaal. Woorden, gebeden, liederen sloten niemand buiten, maar correspondeerden met de maten van het kerkgebouw: net als de Laurenskerk, hoog en diep en lang en breed genoeg om de herinneringen en de nog aanwezige pijn van allen een plek te geven.


De komende  jaren zal de kerkelijk viering in het stedelijke programma van de herdenking opgenomen blijven. Kerk en stad op elkaar betrokken — hoe zou het ook anders: het bijbelse visioen betréft de stad, het spreekt over haar pleinen en de mensen er lopen, zitten, de kinderen die er spelen. In het bijbelse visioen verdwijnen de mensen niet, ze worden aan de vergetelheid ontrukt, ze worden teruggehaald.


Henk Gols