Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Leer ons bidden

Ik en Gij

Bidden vormt het hart van het geloof. Bidden is dorstig naderen tot de bron. Bidden is om te beginnen zwijgen, de wijde stilte binnengaan waarin ik God ontmoet, die eeuwig op zoek is naar de mens. Daar sta ik, kniel ik; ik zeg ‘Gij’. Door ‘Gij’ te zeggen heb ik niet meer alleen met mijzelf te maken, ik ben nu in relatie. Door eerbiedig het ‘Gij’ uit te spreken ontsnap ik uit de cocon waarin ik teveel en angstvallig met mijzelf bezig ben. Het gebed is verlossend. Ik blijk niet degene die ik dacht te zijn, ik ben niet het product van mijn verleden, ik word mijzelf via het Gij tegenover mij, die vreemde Ander, die alle dingen nieuw maakt.


Liturgie is gebed. Op zondag komen wij onze huizen uit om te bidden, samen. Het bidden is er al in de stilte voordat de dienst begint. ‘Laat ons bidden’, zegt de voorganger en wat volgt is eerst de stilte: de stilte waarin de gemeente bidt door ‘Gij’ te zeggen. In de stilte wijde ruimte van het gebed luistert ze en ziet ze uit naar God.


Verbinding

Bidden is dus niet vooral zelf aan het woord zijn. Bidden is eerst dit stilvallen. In de stilte ontstaat de verbinding: de verbinding met God en met het zuchten en lofzeggen van de gemeente van alle tijden en plaatsen. Bidden is ingebed worden in het bidden van de eeuwen. Bidden is daarom ook de psalmen zeggen en zingen. Ons eigen ‘ik’ wordt het wijde ‘ik’ van de psalmen. Het ‘ik’ dat daar bidt is verbonden met vele anderen. In het ‘ik’ van de psalmen bidden ik en jij. Door eerst ‘Gij’ te zeggen kom dadelijk jij in beeld, mijn medemens, mijn zuster en broeder.


Door de stilte van het gebed waait ook het zuchten van de schepping. Wij vangen op hoe het overal in en rondom ons bidt.


Onze Vader

Door te bidden gaan wij binnen in het grotere, dat ons opent. Dat beleven wij vooral ook als wij samen het gebed bidden dat Jezus ons heeft geleerd: het ‘Onze Vader’. In de liturgie vormt het Onze Vader een hoogtepunt. Jezus’ woorden tillen het bidden van de gemeente op. Het Onze Vader wordt een gezamenlijk zingen. Ook als we het gebed van Jezus in meerdere talen bidden, beleven we de gezamenlijkheid.


In de vroegste fase van de kerk moeten er verschillende versies van het Onze Vader hebben bestaan. Zo heeft het evangelie van Lucas een kortere versie dan het evangelie van Mattheüs (vergelijk Luc 11:2-4 met Mat 6:9-13). De versie van Mattheüs is het Onze Vader geworden zoals de wereldwijde kerk het in de mond heeft genomen en aan steeds weer nieuwe generaties doopleerlingen heeft onderwezen. Aan het Onze Vader bij Mattheüs is een lofzegging toegevoegd (‘want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in eeuwigheid’), die niet in de oorspronkelijke tekst van het evangelie stond maar is voortgekomen uit de eredienst van de vroege kerk. In de protestantse kerken bidden we het Onze Vader altijd met die toegevoegde liturgische lofzegging, in de katholieke kerken wordt ook, vooral in de getijden, de oervorm zonder lofzegging gebruikt.


De waarheid van de hemel

In het gebed van Jezus spreken wij het eeuwige Gij aan als ‘onze Vader’. Wij duizelen van de hoogte en lengte en diepte en breedte van het geheim dat God is, maar die verbijsterende vreemde Ander wekt óók vertrouwen. ‘Onze Vader’ zeggen wij: we zijn aan het begin van het gebed al dadelijk een meervoud, losgetrokken uit eenzaamheid en uit ons beperkte eigenbelang. Al biddend gaan wij samen open voor nieuwe waarheid die zich meldt (Gods koninkrijk). In het dagelijkse leven worden wij medeplichtig aan het gebeuren van Gods wil. Het alledaagse leven wordt een dienst aan de heiliging van de Naam (die heiliging vindt plaats o.a. door de wijze waarop wij een medemens op straat groeten, onze aandacht richten, onze doelen stellen, de naaste liefhebben, de schepping behoeden, ons geld besteden, in dagelijkse bezigheden en ontmoetingen de belofte vrijmaken). In het gebed van Jezus voltrekt zich een beweging: ‘zoals in de hemel, zo ook op de aarde’. De hemel is de belofte die geschreven staat boven de aarde: belofte in poëzie die wenst neer te dalen en concreet te worden. De hemel is Gods volslagen nieuwe mogelijkheid, die popelt om zich te realiseren. Soms is het er al en dan is het weer even weg. De hemel is de laatste waarheid over onszelf (nee zo hoopvol hadden we nog niet over onszelf en elkaar en deze wereld gedacht). Wie naar deze bevrijdende waarheid toeleeft, heeft een opdracht op zak: er valt nu het nodige te láten dan wel geheel anders aan te pakken.


Pas als ons leven zo open wordt gewrikt, ontvankelijk is geworden en nieuw is gefocust, komen de beden voor de persoonlijke noden: het nodige brood voor vandaag. En de vergeving van onze schulden, zodat wij niet gevangen blijven in wat, onvermijdelijk, misging. Uiteraard is die bede om vergeving alleen maar waarachtig als wij ook elkaar niet gevangen zetten in fouten en schulden. Zo blijft ons aller leven open voor wat uit de hemel naar ons toe komt — zelfs al wij worden beproefd en tot ons verdriet stuiten op het kwaad.


De klad in het ene

Als kerken hebben wij dit gebed van Jezus gemeenschappelijk. Het is te betreuren dat wij binnen ons Nederlandse taalgebied in het ene gemeenschappelijke toch weer verschillen hebben weten aan te brengen. Hoe kon het gebeuren dat protestanten en katholieken hetzelfde gebed met andere woorden gingen bidden? En nog vreemder: waarom gaan ze daarmee door tot op de dag van vandaag? Helaas, ook zelf behoor ik tot degenen die scheiding hebben gebracht in wat één zou moeten zijn, toen ik er jaren geleden in de Stevenskerk en de Maranathakerk voor pleitte het Onze Vader in de versie van de Nieuwe Bijbelvertaling te gebruiken. De NBV-versie van het Onze Vader ondergaat inmiddels al weer een revisie — bij een bijbelvertaling moet dat ook: waar nodig moet die worden bijgesteld, op basis van voortschrijdend taalkundig inzicht en vanwege de ontwikkeling van onze taal. Maar de liturgie vraagt om een tekst die niet om de tien jaar verandert maar generaties meekan, die bij het bidden in kerk en thuis en bijvoorbeeld op de begraafplaats de vreugde van de herkenning en geen verwarring oplevert.


De meest gangbare versies van het Onze Vader in ons taalgebied zijn de protestantse, de ‘oecumenische’ en de rooms-katholieke. Bij die drie versies zijn de verschillen weliswaar storend en onnodig, maar in het samen bidden raken we toch niet geheel van de rails. Met de NBV-versie echter vallen we uit de toon van de rest van de biddende kerk, we ontsporen. Liever niet meer gebruiken dus.


Henk Gols


Gepubliceerd in het Nijmeegse kerkblad Over & Weer, september 2019