Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

‘Ook wij zijn katholiek’

HPIM4683

Samenvatting van een lezing te Rome voor de gemeente van de Kerk van de Friezen, op vrijdag 23 januari 2009, in het kader van de gebedsweek voor de eenheid van de christenen


Over het horen dat ons verbindt


1. Protestants en ook katholiek

Predikant ben ik van de Protestantse Kerk in Nederland. Die kerk bestaat met deze naam, in de huidige vorm, nog maar enkele jaren. Toch is ze niet nieuw: ze is de voortzetting van, ooit, hervormd, gereformeerd en luthers. Maar daarmee is ze onvoldoende gekarakteriseerd. Ze is een kerk van de Hervorming, maar daarmee is te weinig gezegd. Voor protestanten blijkt het vaak een verrassing hoe hun eigen kerk zich kerkordelijk presenteert. In de eerste regels van haar kerkorde, om te beginnen dus en principieel, zegt mijn kerk het volgende over zichzelf:


‘De Protestantse Kerk in Nederland is overeenkomstig haar belijden gestalte van de ene heilige apostolische en katholieke Kerk (…).’ (artikel I,1)


Daar voegt ze dan dadelijk aan toe dat zij, gestalte van de Catholica, deelt in de verwachting die aan de gemeente Israël is geschonken. De Protestantse Kerk is katholiek, niet Rooms-katholiek, noem het ‘Jeruzalems-katholiek’ — zo blijven we dicht bij de psalmen, die een hele volkerenwereld over Jeruzalem laten zingen:

‘Al mijn bronnen / ontspringen in u!’ (psalm 87)


Mijn kerk is katholiek. Zo verstaat zij zichzelf, zo hebben Luther en Calvijn het bedoeld. Geen van beide hervormers wilde wegstappen uit de bestaande kerk, geen nieuwe kerk wilden ze — dat kan ook niet: de kerk is van Christus, waar hij is daar is de kerk (Ignatius van Antiochië), de kerk in haar geheel, dus in haar katholieke gedaante. De Reformatie bedoelde de ene katholieke kerk van het westen te zuiveren en terug te leiden naar haar brongebied.

De huidige protestanten definiëren zichzelf minder gemakkelijk als katholiek. Van wat protestants is bestaan in mijn kerk uiterst beperkte beelden. Soms lijkt het wel of protestanten vooral niet-katholiek willen zijn. Maar dat is gemeten aan de intentie van de Reformatie een scheefgroei!

Eind 2007 verscheen het boek Wij zijn ook katholiek. Over protestantse katholiciteit. Twaalf auteurs uit de hele breedte van de Protestantse Kerk leveren in dat boek een bijdrage om hun kerk te herinneren aan haar belijdenis, haar wortels, haar fundamentele binding aan oudere traditie, haar katholiciteit.

Mijn kerk zou gedefinieerd kunnen worden als ‘een katholieke kerk die door de hervorming heen is gegaan’ (Rudolf Boon). Ze staat in een lange traditie van hervormingsbewegingen binnen de Una Sancta. Tragisch dat déze hervorming binnen de kerk van het westen zo’n gecompliceerde fractuur opleverde.


2. Horen

Vrijheid

Nadat mijn kerk zich aan het begin van haar kerkorde als katholiek heeft gedefinieerd, als gestalte van de Una Sancta, zegt ze:

‘Levend uit Gods genade in Jezus Christus vervult de kerk de opdracht van haar Heer om het Woord te horen en te verkondigen.’ (artikel I,2)


Mijn kerk wil het Woord horen en het dan verkondigen. De apostolische gang van de kerk naar de wereld dient te worden voortgezet. De beweging van de Heer, die via de apostelen haar weg door de culturen en de eeuwen is begonnen, moet verder. Daartoe dient de kerk!

Maar eerst is er het horen. Het protestantisme is te karakteriseren als een traditie van het horen. Een traditie die mikt op ‘gehoorzaamheid’. Maar beslist géén gehoorzaamheid die betekent dat je je zomaar voegt naar wat meerderen zeggen. Niet je kritiekloos uitleveren aan wat door instanties, gezagsdragers en eerbiedwaardige traditie wordt opgelegd. Maar ‘horen’ zoals dat in de Schrift bedoeld is. Hoor Israël (Deuteronomium 6:4): je oor te luisteren leggen bij de oorsprong, bij de stem van de Ene, gezegend zij Hij. Niet blijven steken bij het luisteren naar wat de vaders hebben gezegd, maar, zoals Jezus in de bergrede benadrukt, willen horen tot áchter hun woorden.

‘Sola Scriptura’: het is uiteindelijk alleen de Schrift die mijn dorst lest. Noch Rome noch Genève, maar Jeruzalem, de plek vanwaar het woord van de Eeuwige uitstroomt naar de wereld, is mijn bron.


Traditie

Dit oorspronkelijke vrije horen impliceert beslist niet dat eerbiedwaardige traditie aan de kant zouden moeten worden geschoven en de patres tot zwijgen zouden moeten worden gebracht. Integendeel. Zij hélpen bij het horen! Ze staan de eeuwige Stem niet in de weg, maar zijn leermeesters. Ze fungeren als oorschelpen, ze oefenen ons gehoor.

O.a. in het protestantse Dienstboek (een soort Missaal) proef je duidelijk dat een traditie van eeuwen is mee-gehoord. Jazeker, met grote vreugde worden óók in protestantse kring de heiligen begroet en beluisterd die ons zijn voorgegaan!


Dat geldt ten volle voor mijzelf: ik put overtuigd en van harte uit de rijkdom van de eeuwen. Ik heb het mijn Nijmeegse gemeente al eens voorgehouden: Augustinus is mijn bisschop, Gregorius de Grote mijn paus, Beatrijs van Nazareth (13e eeuw) is de Vrouwe die mij inwijdt in het vlammen van de Minne, Jan van Ruusbroec (14e eeuw) leidt mij binnen in de mystieke vreugde, Johannes van het Kruis (17e eeuw) is mijn gids door stikdonkere nacht. Stuk voor stuk hebben ze mij veel kostbaars geleerd, hebben mijn weg verlicht, mijn gehoor gescherpt.


Horen moet je leren, het lukt niet op eigen kracht. Luisteren mag je naar wat eerder is gehoord en gezegd. Het geloof wordt altijd bemiddeld, het komt tot mij via de ander die mij gegeven wordt, via de gemeenschap van alle heiligen, via ‘voorgangers, geschoold in de kunst van het onderscheiden der geesten’ (Rudolf Boon).

De hervormingsbewegingen de eeuwen door zijn een en al bereidheid om nieuw te horen, opnieuw roeping te verstaan — en dán te verkondigen, dan het gehoorde te vertalen in de actualiteit van de wereld.


3. Hedendaags zoeken

In heel onze gezamenlijke geloofstraditie bestaat een verlangend zoeken naar het ene dat telt en waarvoor ik mag gaan. We hebben teveel, we zitten te vol, de chaos overspoelt ons. De zoektocht naar helderheid, naar eenvoud die voor de stem die roept ontvankelijk maakt, is vandaag de dag intensief aan de orde. Die zoektocht wordt rooms-katholiek, protestants en buitenkerkelijk voltrokken. Het zoeken om opnieuw te luisteren en te zien roept mensen uit eerdere behuizingen weg, uit vroegere stelligheid en kerkelijke of onkerkelijke vooringenomenheid.


Een voorbeeld:

In Vrij Nederland is drie jaar geleden aandacht aan geschonken een een bijzonder fenomeen, in een artikel van Thijs Broer, ‘Kloosterleven buiten de muren’ (07-01-2006). Daarin lezen we over het wondere verschijnsel dat, terwijl het aantal monniken in diverse kloosters daalt tot een alarmerend minimum, het aantal mensen dat wil drinken uit de oude monastieke bron alleen maar toeneemt. Zo verbinden zich vrouwen en mannen, zowel rooms-katholiek als protestants, aan de Regel van Benedictus.

Die regel begint op de manier van de fundamentele oproep van Israëls Tora: ‘Luister, mijn zoon!’ De roep om te luisteren wordt in de huidige tijd gehoord door dochters en zonen van over verschillende kerkelijke grenzen en zelfs van buiten de kerk. Fris en nieuw klinkt de oude stem, die ons wil scholen in een luisterende levenshouding en ons oproept ons bestaan te ordenen, zó dat in de chaotische drukte van het dagelijks bestaan lege plekken ontstaan, witregels, apsis-achtige uitsparingen, ruimte waar het kan ademen, waar de ziel kan zuchten, de Geest kan waaien.

Als protestant voel ik me tot die school van aandachtig luisteren aangetrokken. De Regel van Benedictus is één grote luisteroefening.


4. Wij zijn allemaal leerlingen

De kerk in het westen beweegt zich in neergaande lijn. Ook in Nederland gaat er veel kerk wég. Wekelijks sluiten er twee kerkgebouwen. Al decennia verkeert de kerk in een crisis, maar recentelijk manifesteert die zich onverbloemd, als rauwe werkelijkheid. Een oude vertrouwde gestalte van de kerk is bezig snel voorbij te gaan. De constructie waarin generaties vóór ons zo zeker hebben gehuisd, begeeft het.

Wat gaat voorbij? Wat blijft?

Wij leven in een tijdsgewricht van verwarrende verschuivingen, van heftige culturele en religieuze passage, van doortocht ergens anders naartoe: naar een landschap dat we nog niet kennen.

Steeds staan op breukvlakken in de tijd mensen te luisteren: ooit  Israëls profeten, Johannes de Doper ‘in de woestijn’, later ook zovele heiligen uit onze christelijke traditie. Het echte luisteren is nooit uit de geschiedenis weg geweest. Het horen wat er echt gezegd wordt, het doorvragen en door vooroordelen en blokkades heen breken, voorbij aan de kreten en de clichés. De wereld is gezegend met mensen die aandachtig luisteren.

’Hoor, Israël!’, ‘luister, mijn dochter, mijn zoon!’

Wie leent zijn oor? Wie wil leerling worden?


Steeds weer is er het roepen en de mogelijkheid van een antwoord — de mogelijkheid van geloof, dat uit waarachtig horen wordt geboren. Bepalend is niet of je rooms of protestants bent, maar of je wilt luisteren. In de ruimte van het aandachtig horen vinden wij elkaar, als leerlingen treffen wij elkaar: bijeen.


Henk Gols