Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Protestants is óók katholiek


IMG 1611

‘U bent een katholieke dominee', hoor ik heel mijn arbeidzame leven lang. Kan dat wel, protestants en katholiek tegelijk? Zeker. Want mijn kerk zegt van zichzelf dat zij zich beschouwt als een ‘gestalte van de ene heilige apostolische katholieke kerk’ (kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland). En in onze oudste geloofsbelijdenissen (het Apostolicum en het Nicaenum) spreken wij protestanten met alle eeuwen uit: ‘ik geloof de ene heilige katholieke kerk’ (ook als we voorzichtig ‘algemeen christelijk’ zeggen, bedoelen we toch het woord ‘katholiek’ van de Grieks-Latijnse oertekst).


Een katholieke protestant zoekt bewust de verbinding met de kerk van alle eeuwen. Voor zo-een begint de kerk niet pas met de Reformatie in de 16e eeuw. De Reformatie is wat de naam suggereert: hervorming binnen een kerk die al eeuwen op weg was — die eeuwenlang is gevallen en opgestaan, verloederd en vernieuwd. De Reformatie was aanvankelijk niet uit op een breuk met de katholieke kerk. Ze bedoelde haar vernieuwing. Ik behoor tot degenen die de breuk betreuren. En die ontkennen dat het tot de protestantse identiteit behoort dat je in elk geval ‘niet katholiek’ zou zijn.


Ik ben wél katholiek. Mijn kerk is ouder dan de Reformatie. Luther en Calvijn zijn schakels in een langere keten. Augustinus (± 400) is mijn bisschop, Benedictus (± 500) mijn kloostervader, Gregorius de Grote (± 600) mijn paus, Beatrijs van Nazareth (13e eeuw) is de Vrouwe die mij inwijdt in de Minne, Ruusbroec (14e eeuw) leidt mij binnen in de mystieke vreugde, Johannes van het Kruis (17e eeuw) is mijn gids door stikdonkere nacht.


De Geneefse psalmen in berijming met hun vreemde fraaie renaissance-melodieën en de lutherse gemeenteliederen — ze vormen niet minder en niet meer dan een waardevolle bijdrage binnen een grotere zingende traditie, waaruit bijvoorbeeld het subtiele gregoriaans en de beeldende hymnen uit de Latijnse kerk niet weg te denken zijn. In de twee delen van het Dienstboek van de Protestantse Kerk in Nederland vind ik de ruimte voor een katholieke beleving van de liturgie ruimschoots bevestigd. Liturgie is meer dan wat ik als dominee in elkaar zet (mijn tekstkeuze, mijn uitleg, mijn gebeden, de liederen die ik kies). Nee, in de liturgie betreed ik een wereld die groter is dan wat ik bedenk en dan mijn toevallige voorkeuren. Ik raak aan een dragende stroom van eeuwen. In wat ik lees en bid en zing wil ik dat grotere samen met de gemeente proeven.


‘Protestants’ en ‘katholiek’ hoeven elkaar niet uit te sluiten. Maar protestanten hebben, als het goed is, de adem van de vrijheid lief: de ‘vrijheid van een christenmens’ (Luther). Ze zouden zich moeten verheugen over de autonome gang van de levende traditiestroom, die zich weerbarstig een weg zoekt juist ook buiten de overzichtelijke bedding die kerkprelaten steeds weer bedenken. Als protestantse kerk zou je een katholiek alternatief kunnen bieden voor de angstige, beperkende, hooghartige manier waarop het rooms-katholieke kerkelijke gezag in deze tijd met de traditie van eeuwen en zijn eigen kerkleden omgaat. Een alternatief met meer respect voor de gemeente (priesterschap van alle gelovigen, m/v), waarbij de eerste in rang zich herkenbaar manifesteert als de dienaar van allen (Augustinus) en er moedig bruggen worden geslagen tussen een oude wereld die voorbijgaat en een nieuwe cultuurfase in wording (Gregorius de Grote). Een alternatief dat het vlámmen in Schrift en traditie zichtbaar maakt. En waarbij we zo met het heilige omgaan dat niemand wordt buitengesloten: het komt alleen maar aan op vertrouwen (‘sola fide’). Van ver weg komen of beschadigd of mislukt zijn is nooit een reden om niet voluit deel te mogen nemen aan de heiligste geheimen — aan het heilige sacrament van de tafel ook, waarvan de meest treffende benaming ‘eucharistie’ is, ‘dankzegging’. Dankzegging dat ik die niet waardig ben — dacht ik zelf, vonden anderen van mij — mij kind aan huis mag weten.


Protestants hóeft niet katholiek te wezen. je kunt ook protestants zijn en het alleen bij de Schrift en bij de Reformatie houden. Jammer dan wel van al die andere rijkdom, die oude schatten waaruit juist in onze dagen zoveel verrassend nieuwe dingen tevoorschijn komen (zie huidige boekhandel en cursusaanbod). Jammer vooral als je jezelf tevreden zou stellen met een versmalling van het protestantisme die eigenlijk niet veel meer is dan wat je grootouders gewend waren. Een protestantisme op de maat van de 19e eeuw of van de schrale vooroorlogse crisistijd. Het protestantisme is rijker dan wat menigeen voor protestants verslijt. Spiritueler, controversiëler, prikkelender, beeldender, inniger — zoals af te lezen is aan schilderijen van Van Gogh en aan de poëzie van Achterberg en Gerhardt.


Toegegeven, ik ben een katholieke dominee. Op tweede Paasdag ga ik op pelgrimstocht. Onderweg groet ik de heiligen, steek kaarsen op, zing in kloosters de getijden mee. Ik ga langs oude sporen maar — naar ik hoop — met open geest. Met een lange traditie in de rug ga ik een weg van verrassingen. De geest waait als de wind in mijn gezicht: ze komt altijd van voren, vanuit de toekomst. Het verleden is geen anker dat mij aan de ketting legt, wel een klankbord. Ruimte, gevuld met louter genade, daarbinnen wil ik mij bewegen. Het is de verrukkelijke ruimte van de heilige katholieke kerk, die ik met hart en ziel belijd.


Henk Gols

Over & Weer, protestants kerkblad voor Nijmegen, 30 maart 2007 / 27(2007)4