Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Verwoeste stad (1)

Toespraak in de Stevenskerk, op 22 februari 2009,
bij de herdenking van het bombardement op Nijmegen, 65 jaar geleden


‘Gedenkt niet wat eertijds is gebeurd, laat het verleden nu rusten.
Zie, ik ga iets nieuws verrichten, het ontkiemt al.’
(Jesaja 43:18-19)


Dit kerkgebouw deelde in de verwoesting die zich in deze stad op deze datum in 1944 binnen enkele minuten voltrok. De toren, markant en trots symbool van de stad, viel de kerk in. Sinds 1953 draagt deze kerk het teken dat onze stad ten geschenke kreeg van het Engelse Coventry. Ook in Coventry werd de hoofdkerk door een bombardement verwoest. Op de ochtend na het bombardement pakte men twee lange nagels uit het ingestorte dak van de kerk en maakte er een kruisteken van. ‘Geen wraak’, riep men uit, ‘maar vrede, verzoening!’ Na de oorlog werden vanuit Coventry Cathedral crosses of nails naar tal van verwoeste Duitse en andere Europese steden gestuurd en in kerkgebouwen geplaatst.


‘Gedenkt niet wat eertijds is gebeurd, laat het verleden nu rusten. Zie, ik ga iets nieuws verrichten, het ontkiemt al.’


Synagogen, kerken en moskeeën zijn plaatsen van gedenken, plekken waar in eeuwenoude verhalen en liederen eerdere ervaringen, mislukkingen en ontdekkingen zó ter sprake komen dat we onze weg naar morgen kunnen vinden. ‘Gedenkt niet’ klinkt binnen de joodse bijbel, die ook in de kerk eerbiedig opengeslagen wordt, haast blasfemisch. Omdat ‘gedenken’ zo fundamenteel is, omdat ‘niet-gedenken’ ballingschap betekent. Niet weten wat er gebeurd is, het niet willen weten en ontkennen, brengt ons ver van huis en slaat ons los van de toekomst. Bestemming en zin zijn onvindbaar als je nergens vandaan komt.


In onze stad is het stilstaan bij het bombardement en het leed en het verdriet dat het veroorzaakte veel te lang taboe geweest. Eindelijk zijn wij de fase van ontkenning voorbij. Daarvan getuigt de toenemende betrokkenheid van zowel ouderen als jongeren bij de jaarlijkse herdenkingsplechtigheid op deze datum. Overtuigd gedenken wij.


‘Gedenkt niet wat eertijds is gebeurd’ — die profetische woorden bedoelen het verleden niet uit te wissen, maar ze dagen uit om, als de ramp zich voltrokken heeft, uit de cirkel te stappen van haatgevoelens en wraakgedachten; ze roepen weg uit het moeras van zelfbeklag, uit de slachtofferrol. Laat je denken en spreken en doen van vandaag niet verlammen door het verleden, zeggen die woorden, ga zó met het verleden om dat je weet wat jou vandaag met het oog op morgen te doen staat; ga zó met je wonden om dat je ze niet koestert maar er alles aan doet om hier en nu geen nieuwe wonden te slaan.


‘Zie, ik ga iets nieuws beginnen.’ Er roept meer dan alleen maar ons gewonde en bange ik. Godshuizen en bijvoorbeeld de plekken van cultuur en debat in onze samenleving maken, als het goed is, de stem hoorbaar die ons altijd weer naar voren roept, uit de vicieuze cirkels vandaan, uit fixaties en angst. De niet te smoren, eeuwige roep om fiere vrije menselijkheid, om mededogen en recht en vrede.


Tegen het ontkennen in, gedenken wij. In plaats van ons in het verleden vast te bijten, kijken wij vooruit. Elk wegstappen uit de spiralen van haat en geweld, van vooroordeel en wraakgedachten is het begin van iets nieuws, daar is de toekomst al begonnen. De nieuwe wereld is nooit ver, hij ontkiemt al — bij elke eerste stap die we zetten in de richting van verzoening en vrede.


Henk Gols