Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

De psalmen in kleur

Toespraak bij de opening van de expositie ‘De psalmen, een vertaling in kleur’ van Aafke Holman,
Stevenskerk te Nijmegen, zondag 7 maart 2010



Dit kerkgebouw is een lofzang op het licht. Het licht stroomt binnen. De vele vensters zijn ogen die uitkijken, het zijn ramen van verlangen, poorten waardoor het eeuwige binnenkomt. Openingen zijn het waardoorheen gebeden zich een weg zoeken: alles wat in ons zucht en zingt, al het donker en licht in onszelf. Hoe goed dat in deze zee van ruimte de psalm-aquarellen van Aafke Holman kunnen worden tentoongesteld. Ze sluiten aan bij de taal van de architectuur, bij de vormen in steen. In het wit, het blanco van muurvlakken en pijlers brengt zij kleur aan. Goud en paars, rood en blauw, bruin, groen. In de stille vormentaal van dit godshuis zingen psalmen in kleur. Psalmfragmenten drukken zich uit in vlakken en lijnen, donkere vierkanten en lichte bogen, in massieve formaties en dwarrelende lichtheid.


De 150 psalmen uit de joodse en christelijke bijbel, plus nog vijf ‘apocrieven’, opgedolven uit de in de vorige eeuw gevonden Dode-Zeerollen, en tenslotte een Amen, een rode bezegeling van deze veelheid: wat is het veel! De kooromgang is nu een en al gebed, het bidt daar nu zonder ophouden, in de stilte roepen en schreeuwen en zingen de kleuren.


Abstract is de taal van Aafkes psalmen. Beter gezegd: Aafke gebruikt niet de taal van de oppervlakte, maar de taal van een andere laag, de taal voor wat je zomaar niet zeggen kunt, wat niet precies valt uit te leggen, de taal van het onbewuste, taal van de ziel, taal van poëzie en muziek, uit de diepte, taal over de rand van wat ik begrijp en beheers, de taal van de schreeuw, vurige tongentaal, taal van de stilte.


Vijfentwintig eeuwen oud, spreken de psalmen altijd weer nieuw. Ze vormen een weg door het leven. Psalmen bidden en her-bidden is eindeloze ommegangen maken, zoals tot op heden in de kloosters gebeurt. De woorden worden gaandeweg tot de jouwe. Ze worden een beproefde bedding voor het leven dat stroomt. Ze maken verlangen in je los. En woede. Ze confronteren je met het donker in je. En met het vuur in je dat smeult. Met het zaad in je dat omhoog wil groeien.

Psalmen gaan over de kwetsbaarheid van het leven, over de kwetsbaarheid van het goede. Wie psalmen bidt, komt zij aan zij met medemensen van altijd en overal die onderdrukt worden, beperkt en klemgezet, beledigd en achternagezeten, vals beschuldigd en uitgejouwd, vermoord door wie rijk en machtig zijn. Wie psalmen bidt, draagt de wereldwijde last van het onrecht, van eigen schuld. Hij en zij bidt samen met en ten behoeve van beschadigde mensenkinderen.  Psalmen bidden is een oefenschool voor verzet tegen onmenselijkheid, tegen de barbarij, tegen protserigheid en lege woorden. Psalmen bidden is een oefenschool voor een helder begrip van wat het is om mens te zijn, medemens te zijn. Een oefenschool voor invoelen en antwoord geven. Een oefenschool voor scheppende, verlossende taal.


Omdat psalmen over het leven gaan, zijn ze per definitie niet altijd mooi. Ze zijn ook rauw, zoals het leven rauw kan zijn.  Soms schrikken de psalmen van zichzelf. Er is het zwarte, in jou en buiten jou. Dan is er geen kleur meer, alleen maar chaos, zonder plek om te staan, zonder vorm om in te wonen.

Maar soms, opeens, is alles goed. Dan wordt door alle ellende, door mislukking en verdriet geraakt aan de laag van de dankbaarheid. Dan breekt het licht door. Wijd is het land dat je plotseling betreedt. Een nieuwe wereld meldt zich. Het licht danst binnen.


De aquarellen van Aafke getuigen van een intensieve omgang met de psalmen. Zij heeft zich door de psalmen laten beroeren. De ziel van de psalmen heeft zich met haar eigen ziel verbonden. Haar psalmen in kleur zijn uitdrukkingen van iets wat zich in de loop van jaren binnenin voltrokken heeft.


Binnenin, je diepste kern: in Aafkes aquarellen is dat binnenste een vleugje, een trilling, een vleugel die wil opwieken, een klompje goud, een vuurvonk, een foetus, zaad dat een bodem zoekt, een verborgen juweel, een glanzende parel. Kwetsbaar is dat allereigenste. Het wordt bedreigd, het zit vierkant ingeklemd, het zit verscholen, het wacht, het bidt zich naar het licht.

Goud is het licht van de Eeuwige, gezegend zij hij. Niet alleen is er het zoeken van de ziel, niet alleen stijgen gebeden op, niet alleen schreeuwen pijlen van heimwee omhoog. Ook en eerder is er de beweging van de Eeuwige: de inbraak van het licht, dat het massieve donker splijt. Niet alleen is er de angstige dreiging, ook legt zich de boog van Gods bescherming om wat kwetsbaar is. Het licht jaagt de schaduwen van het leven op de vlucht. Woorden van vuur en licht breken door starre beklemming heen. In de aquarellen opent zich een weg van licht door een groen landschap, gebeden en lofliederen dansen op de muziek van de wind. De Eeuwige is niet alsmaar ver, hij wandelt op de vleugels van de wind die om ons heen waait. Goedheid omspant de aarde. Zoals in sommige psalmen, plotseling, zo is het in de serie aquarellen: opeens alleen maar kleuren en vormen van vertrouwen, groene veiligheid, hemels-blauwe oneindigheid, stilte die zingt. ‘Gezeten / in een tent / klinken / mijn psalmen tot u’ (psalm 61).

Zoals in de psalmen, zo wordt ook in Aafkes werk de eigen ziel niet uitgespeeld tegen de schepping. De diepste laag verbindt alles en iedereen. Heel de schepping doet mee in het schreeuwen en in de lofzang. Mijn eigen wanhoop is wereldwijd. In mijn eigen verlangen verlangt een hele wereld. Zelf ben ik op weg, maar die weg is onderdeel van de eindeloze pelgrimage van heel het mensenvolk, dat woorden zoekt en tekens schrijft (psalm 135). De aarde hemelsbreed wordt een lovende compositie (psalm 103), ‘hemel en aarde / verheffen hun stem / tot een prachtig slotakkoord’ (psalm 99). Zo wijd ziet de kern! De intimiteit en de verbondenheid, micro- en macrokosmos, al die eeuwen en heel die wereld wordt door de Eeuwige gezocht, hij dringt er binnen met zijn licht, in het donker is hij de vuurkolom, die een uitweg forceert.


In het werk van Aafke laat het palet zijn kleuren schitteren van verlangen: ‘Het palet laat zijn kleuren / schitteren tot uw eer / en zij zullen dansen’, noteert zij bij psalm 148. En bij de volgende psalm: ‘De kleuren dansen / op de akkoorden van uw instrument’.


‘Lofliederen’ heet de psalmverzameling in het Hebreeuws. Alle donker, alle pijn, alle vreugde, alle kleuren, alles wat adem heeft is tenslotte één grote lofzang. Een lofzang die zuiver klinkt omdat er niets verdoezeld wordt, alle hoogte en diepte een plek krijgt. Alles mag er zijn en zo mag het transformeren.


Mogen deze psalmen in kleur hier thuis zijn, in dit huis dat voor deze vreemde en toch vertrouwde, voor deze schrille, angstige en o zo hoopvolle eredienst gebouwd is.


Henk Gols