Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Huis van de ziel


De beurt is aan mij. Toch!
In het schema van wie maandelijks in dit blad de columns mogen verzorgen, staat nog ‘opvolger H. Gols’. Toen het schema werd gemaakt was er sprake van dat ik zou vertrekken. Mijn opvolger zou er nu ongeveer hebben moeten zijn en zou zich dan mooi via de column van deze maand kunnen presenteren. Mooi niet dus. Hier ben ik. Sta ook niet uit te kijken naar iets anders. In de benedictijnse traditie heet dat ‘stabilitas loci’: stabiel op je plek. Niet wiebelig en ongedurig. Niet ergens anders willen zijn dan waar je nu bent. Dat is goed voor de ziel. Net als de duif uit Noachs ark zoekt de ziel zich een plek. De ziel wil ergens wonen. Zonder plek blijft ze zweven.

Dus ben ik in huis aan het verven geslagen, heb het parket laten schuren en lakken, de trap is opnieuw gestoffeerd. Hetzelfde huis presenteert zich nieuw en ruim. Het huis en ik voelen opnieuw geboren. Rommel weggedaan, ballast de deur uit. Hetzelfde leven herordend, herschikt.

Nu de nieuwe vrijheid zien vast te houden, de ruimte bewaren. Van de benedictijnen heb ik de betekenis van structuur geleerd. De structuur die je legt in de dag en het leven. Zoals het oude Israël in de onmetelijke woestijn lijnen trekt in het zand, palen slaat, doeken spant — en daar is hij: de tabernakel. Opeens heeft de wijde ruimte een midden, een hart, een Aanwezigheid. Een plek in de eindeloosheid waar je Jij kunt zeggen. Zodat je jij leert zeggen tegen elkaar (in plaats van te kletsen óver elkaar). In de anonieme leegte van de dingen ontstaat de relatie. De oeverloosheid wordt een netwerk van verbinding.

Aan dat Jij vol verbinding en richting en roeping herinnert de mezoeza, het kokertje aan de deurpost van een joodse woning, dat de woorden bergt die ooit in de woestijn werden gehoord: ‘Hoor, Israël!’ Elk huis kan zo’n plek hebben die de ruimte richt en het hart openhoudt. Ook mijn huis heeft plekken die mij heilig zijn. Het wijwaterbakje in de gang, met het water dat ik zegen, zodat het doopwater is, waarmee ik mij aan het begin van elke nieuwe dag bekruis: in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Maakt niet uit hoe ik me voel, deze inbedding roep ik graag over me af. En de icoon van Christus op mijn studeerkamer, waarbij ik de dagelijkse psalmen bidt. En het Vlaamse Mariabeeldje in de woonkamer: vrouwe Jeruzalem in de lage landen met de messias als vrucht van haar schoot. Voor haar brand ik een kaars op bijzondere momenten en altijd aan het begin van de sjabbat en tegen vespertijd op zondag.

Zo krijgt u een inkijkje in mijn huis. Zoals het nu is, zegt het iets over mij. Het huis is verre van perfect, het heeft scheuren, er zijn nog kamers niet geverfd, er blijft werk aan de winkel. Misschien vindt u het wel te wit, te leeg, te kaal. Maar mijn ziel woont er graag.


Henk Gols

Column in kerkblad Over en Weer, september 2011