Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

De stilte voor Pasen

Scan 9a
Albani-Psalter, Londen, ± 1125

Het is al bijna Pasen. Nog een laatste kans om in te steken en ons alsnog op het feest voor te bereiden. Zodat het kan indalen in lijf en leden, in ons dagelijks bestaan.


Hoe gaan we vanaf nu op weg? Hoe volgen we de doodlopende Christus zó dat we hem straks ook nabij zijn in zijn opstanding? Hoe helpt de grootst mogelijke crisis die Pasen is ons door onze eigen blokkades heen? Hoe krijgen we de steen weg die de uitgang al veel te lang blokkeert? En ook: hoe kan Jezus’ gênante ondergang ons helpen de kerkelijke afbraak anders en zelfs hoopvol te beleven? Na Pasen beginnen we als Nijmeegse kerk opnieuw, waarom niet? Christus aan het kruis moet wel betekenen dat we weigeren onze identiteit te blijven ontlenen aan constructies, standpunten en gewoonten die allang bij gisteren horen.


Christus is niet door het lijden heen gegaan opdat we de Maranathakerk zouden kunnen behouden. Zelfs voor de instandhouding van het protestantisme is hij geenszins gestorven. Hij gaat ons niet voor naar een land waar wij het exclusieve recht op hebben. In de Bijbel is zijn lijden en opstanding inclusief: ze hebben kosmische betekenis. Lijden en opstanding vormen een mateloze figuur waarin het zuchten van de schepping past, waarin de hongerlijders en vluchtelingen en gemartelden en de radelozen van deze wereld een plek krijgen. In de ogen van Jezus aan het kruis kijken al die andere ogen ons aan en schreeuwen hun vraag naar ons.

We moeten iets met die vraag. Het begin van een antwoord is elke serieuze poging tot oogcontact, elk gebaar van eerbied, elke inspanning om te begrijpen. Ook ons eigen hart is een beerput, we zijn niet beter dan degenen die met stenen gooien. Maar oog in oog met de vernederde en getreiterde Christus gaan we enorm naar waarheid verlangen: waarheid, pijnlijk desnoods, die vrijmaakt.


Hoe vieren we straks Pasen zo dat er iets verschuift in hoe we denken en spreken, plannen en handelen? We worden in Christus’ Pasen mee gedoopt, we heten naar hem, we zijn christenen! We komen er dus niet onderuit ons dagelijks leven uiterst zorgvuldig vorm te geven. Laten we het proberen, niet alles tegelijk, maar stap voor stap: niet toegeven aan de angst, leren vertrouwen op te brengen. Loslaten wat we te lang hebben gekoesterd en een stap zetten in de onwennige kale ruimte van de Opgestane.


Er moet een wonder gebeuren: het wonder dat we aan Jezus’ passie ontbranden. Dat we toestaan dat hij binnenkomt waar we onze ramen en deuren veilig gesloten houden en dat we het ook goed vinden dat hij ons voorgaat naar buiten. Hij is de Opgestane, niet omdat mensen Hem ooit zo gefantaseerd hebben, maar omdat ze tot op de dag van vandaag tot hun schrik en vreugde op Hem zijn gestoten: ‘Hij is verschenen’, schrijven apostelen en evangelisten. Ze verwoorden de ervaring die christenen vanaf het begin tot nu toe hebben opgedaan: dat Jezus staat voor een werkelijkheid die zich plagerig, liefdevol en vrolijk presenteert en ons individuele leven en ons kerk zijn volkomen in de war stuurt. Zomaar zou de huidige afbraak van de kerk zijn eigen waagstuk kunnen zijn: om ons te helpen vanuit Pasen te leven en het daarom niet erg te vinden eerst flink onderuit te gaan. Zodat het straks is alsof we voor het eerst bij onze naam geroepen worden.


Want wie we zijn, als individu, als kerk, dat moeten we nog leren. Waarvan we dachten dat het onze identiteit was, dat zijn we helemaal niet. Pasen betekent de deconstructie van wat we er zelf van gemaakt hebben. Wat we zijn ontvangen we: we ontvangen het nieuw in het diepste geheim, in het verborgene, bij de viering van brood en wijn. Op dat heikele paasmoment proeven we wie we voortaan samen zijn: ‘lichaam van Christus’. Halleluja!


Hoe bereiden we het moment van de omslag voor? Niet voor niets gaat aan het Paasfeest een Stille Week vooraf (van Palmzondag tot de avond van Witte Donderdag). Stil zijn is een goede voorbereiding. Elke dag een moment van stilte (thuis, in de bus, in het park, in de rij voor de kassa, in een kerk die open is). Want stilte is loslaten, is aandacht, is een bedding voor het verlangen, is de hoogste vorm van bidden, is een en al oor en oog zijn, is de ander toelaten, is de intieme verbondenheid met de zwijgende lijdende Christus en allen die in zijn gemarteld lijf zijn verzameld.

We zouden er vandaag al mee kunnen beginnen.


Niets zo moeilijk als de stilte. Niets zo eenvoudig. Zo hoopvol.


Henk Gols



Gepubliceerd in Over en Weer, het kerkblad van de Protestantse Gemeente te Nijmegen, maart 2016