Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Een deur naar de stilte

Zomaar een dak boven wat hoofden,
deur die naar stilte openstaat.
Muren van huid, ramen als ogen,
speurend naar hoop en dageraad.
Huis dat een levend lichaam wordt
als wij er binnengaan
om recht voor God te staan.

(Huub Oosterhuis)


Kloosterlijk

Het begin van de dienst in de Maranathakerk wordt gemarkeerd door een moment van stilte. De dienstdoende ambtsdrager nodigt ons uit te gaan staan en zegt iets als ‘keren wij ons nu stil tot God’. In de stilte worden de kaarsen op de Tafel ontstoken.

Stilte is ruimte. Is ruimte voor God. Stilte is meer dan de afwezigheid van woorden. Stilte is wachten, bereid zijn te ontvangen. Elk waarachtig spreken, bidden en zingen wordt geboren uit de stilte. Uit het wachten.

Ik heb een speciale band met de Sint-Willibrordsabdij, bij Doetinchem. Ik probeer de stilte van de abdij een plek te geven in het dagelijkse leven. Wat er in onze eigen kerk te weinig is, is dáár een oergegeven: stilte, die vol belofte is. In onze kerk wordt gesproken en gezongen, maar we zijn doorgaans niet zo goed in stilte.


Gods stilte

‘De stilte zingt U toe, o Here’ (psalm 65). In de stilte zingt het. De stilte is een loflied voor God. Het loflied van de stilte zingt door alle eeuwen heen. Om het eeuwige zingen op te vangen moeten we eindelijk ophouden met ons gepraat.

In de stilte horen we waar we anders aan voorbij zouden gaan: de spraak zonder klank, de woordeloze lofzang van de hemel, het lied dat de dag doorvertelt aan de dag die komt, dat de nacht doorgeeft aan de volgende nacht (Psalm 19:1-5). In stilte voegen wij ons in dat verborgen loflied, dat aan ons eigen zingen voorafgaat en doorgaat als het zingen ons niet meer lukt. ‘Heilig, heilig, heilig’, zingt de stilte tot God. Het is het zingen dat Jesaja en Johannes hoorden toen de hemel voor hen openging (Jesaja 6:3; Openbaring 4:8).


De stilte als gebed

Stilte is onze eerbied voor God. We vallen stil en wachten teneinde Hem te ontmoeten. In de joodse en christelijke mystiek is er het besef dat God in stilte woont. Om te beginnen is er de stilte van zijn aanwezigheid. Als we gaan bidden of de eredienst gaan beginnen, gaan we binnen in zijn stilte. Het is niet onze eigen stilte, het is zíjn stilte waarin we binnentreden.

De stilte maakt het ons mogelijk te luisteren. ‘Hoor, Israël!’, klinkt het in de Bijbel. Maar echt luisteren gaat niet als we vol zijn van onszelf en de stilte geen kans geven.

De stilte is al gebed. Bidden is niet in de eerste plaats woorden formuleren. Bidden is zoals Hanna deed: haar lippen bewogen wel maar haar stem was niet te horen (1 Samuël 1:13). Haar hart bad. In de stilte horen we dat wij niet de enigen zijn die bidden. ‘Het’ bidt in ons, los van ons is er allang een bidden gaande: een zuchtend gebed dat waait door de pijn van de wereld, door een schepping ‘in barensweeën’ (Romeinen 8). Ons eigen bidden wordt gedragen door Gods eeuwige verlangen. In de stilte vinden we de verbinding met wat pijnlijker en hoopvoller is dan wij zelf ooit onder woorden zouden kunnen brengen.


Ik en Gij

Het lijkt alsof wij bang zijn voor de stilte. Misschien voelen we intuïtief aan dat we ons kwetsbaar maken als we stil worden. Zolang we zelf aan het woord zijn, houden we enigszins greep op wat er gebeurt. Als we stil worden, geven we eigen controle uit handen: we laten gebeuren wat we niet zelf bedenken, wat onze wensen en plannen en veilige afbakeningen zomaar doorkruist.

Zoals het gaat in een gesprek, zo is het ook in de eredienst: stilte schept ruimte voor ontmoeting, de ontmoeting van een ik-en-gij. Echte ontmoeting kan niet zonder stilte. Echte ontmoeting is huiveringwekkend en troostend. Huiveringwekkend omdat het wankele evenwicht van ons leven verstoord kan raken. Troostend omdat we mogen ontvangen wat ons bidden en denken, onze hoop en vrees te boven gaat. De stilte verbindt ons met wat dieper gaat en altijd nieuw is: het woord Gods en het lied van de eeuwen (Psalm 96:1; 98:1; Openbaring 5:9).


Stilte als eredienst

Eredienst is met twee of drie bijeen zijn in de naam van de Heer en op deze concrete plek en dit vluchtige moment de eeuwige lofzang gaande houden. De eredienst begint niet pas als de voorganger het woord neemt. De eredienst is begonnen met de stilte in onszelf, met de stille begroeting van Hem bij wie wij te gast zijn.

Stilte is een houding. De eredienst verandert als wij bidden en zingen vanuit de stilte. De stilte brengt ons in een andere laag: die van de eerbied, van de vreze Gods, van het luisteren met de oren van het hart, en van de gemeenschap met alle heiligen.

Door elke gelegenheid om stil te zijn vol te praten en voorbarig vol te zingen of al te gauw te vullen met orgelmuziek, houden wij ons veilig aan de oppervlakte. Maar in de ruimte van de stilte raken we aan grotere maten dan de smalle marges van wat wij prettig vinden en gemakkelijk voor de hand ligt: wij stoten tot onze schrik en ons geluk op de hoogte en diepte, de lengte en breedte van Gods geheim.


De stilte als geheim

In het klooster is het geheim van de stilte bewaard gebleven. Ze is er te vinden voor wie ook maar zoeken naar het stil gesprek met God, naar zijn verborgen omgang (Psalm 25). Maar hoe goed als ook in de eredienst van de gemeente en die van het dagelijkse leven een deur naar stilte openstaat. Naar wijdere ruimte, waarvan we niet wisten dat die zo hoopvol was.


Henk Gols


Verschenen in Over & Weer, het kerkblad van de Protestantse Gemeente te Nijmegen, november 2017