Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Leve de traditie!


De Stevenskerk is een prachtig gestolde traditie. Het gebouw spreekt van wat allang voorbij is. Stenen blijven spreken ook als er geen mensen meer zijn die de traditie dragen.


Toen echter in de jaren ‘70 de na de oorlog gerestaureerde Stevenskerk werd opgeleverd, waren enkele bevlogenen van mening dat het gebouw niet alleen maar mooi moest staan te wezen: de fraaie stenen moesten een gemeente bergen. Omwille van de stad moest in de grote stadskerk levende traditie te vinden zijn. Zo is het gekomen dat de Stevenskerk tot op de dag van vandaag meer is dan een museum en een evenementenhal. Het is een gebouw waarin een gemeente viert.


Het idee was dat de gemeente en haar eredienst boven de kerkgenootschappelijke verschillen zouden uitstijgen. In de Stevenskerk moest een voorlopige gestalte van de ongedeelde Kerk te vinden zijn. Het tij zat mee. Oecumene leek in de jaren ‘70 en ’80 een open deur naar morgen. Gesteund door het rooms-katholieke en protestantse instituut werd het oecumenische experiment gewaagd.


Hoe moest de eredienst van die grensoverschrijdende gemeente eruitzien? In haar liturgie zou uiteraard iets moeten ademen van de grote christelijke traditie. De Wereldraad van Kerken kwam in 1982 met een rapport waarin verschillende kerken behoorlijk op één lijn bleken te zitten in hun denken over doop, eucharistie en ambt. Vanuit de communiteit van Taizé werd op basis van die schitterende consensus een oecumenische liturgie ontworpen (de ‘Lima-liturgie’), die in kerkelijk Nederland inspirerend heeft gewerkt en waaruit ook de gemeente van de Stevenskerk ging putten voor de vormgeving van haar oecumenische eredienst.


Inmiddels is de tijd veranderd. De deur van de oecumene scharniert niet lekker meer. Her en der is gemeente zijn minder de ongemakkelijke pelgrimstocht naar de ene Kerk en meer een zo prettig en ongehinderd mogelijk bezig proberen te zijn binnen je eigen plaatselijke club. Het is in de mode autonoom te zijn (zonder appèl en opdracht van buiten) en eigentijds (zonder de last van de traditie). In de liturgie wordt heel wat aan gefröbeld. Quasi-diepzinnig delen wij met elkaar wat in ons eigen hart is opgekomen.


Ik ben echter hartgrondig van mening dat een lokale gemeente tekent voor haar einde als ze zwicht voor het eigentijdse en zich in een zogenaamde vrijheid graag beperkt tot zichzelf. Gemeente zijn is antwoord geven op wat niet in ons eigen hart is opgekomen. Als wij iets voor de wereld om ons heen willen betekenen, moeten we ophouden eigentijds te willen zijn. Wij leven van wat ons weerspreekt. Het creatieve zit juist in het weerbarstige. Wat vandaag eigentijds heet is morgen al weer passé. Daarentegen zit de eeuwenoude traditie vol brongebieden, waarvan het water vrolijk blijft stromen als onze zelfgegraven religieuze vijvertjes allang zijn opgedroogd.


De kunst voor voorgangers en gelovigen is te raken aan de ziel van de traditie. Aan de ziel van de teksten uit de Bijbel, van de oude geloofsbelijdenissen en gebeden, van de tegendraadse geschriften van oude en meer recente kerkvaders en -moeders. Wat een vitaliteit, wat een oorspronkelijkheid, wat een gewaagde weerbarstigheid, wat een alternatief wordt hier geboden! En wat is er een blijvende schoonheid en diepzinnigheid in poëzie en muziek, door de eeuwen heen geproduceerd en binnen de kerk bewaard (maar soms ook zomaar schaamteloos aan de kant geschoven). Voor wat werkelijk waarde heeft moet je je best doen: het kost moeite en tijd om erin binnen te komen en het nieuwe in het oude, het nabije in het vreemde te ontdekken. Heel wat anders dan de comfortabele keuze voor teksten en melodieën die probleemloos in onze lijn liggen of zelfs het hedendaagse amusement benaderen: brood dat aan het eind van de dag al beschimmeld is. 


Wij zoeken niet wat bij ons aansluit, maar wat ons meeneemt. Niet wat ons bevestigt maar ons aanstoot. Geen hapklare brokken maar een met zorg bereide maaltijd. Geen vrijblijvende onafhankelijkheid maar de ruimte van de verbinding. Geen religieuze sub- en clubcultuur maar katholiciteit.


In de monumentale Stevenskerk mag je een gemeente verwachten die gelovig leeft uit de rijkdom die het beperkte en modieuze hier en nu te boven gaat. Eeuwen kijken versteend op haar neer, maar zij brengt het gestolde tot leven door haar eredienst. In haar liturgie en gebeden zingt en bidt heel de Kerk. Met minder doen we onze wereld en de komende generaties tekort.


Henk Gols


Gepubliceerd in het blad van het Oecumenisch Citypastoraat, september 2015