Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Pasen met vallen en opstaan


Pasen is een beweging. De Opgestane laat zich uitsluitend onderweg ontmoeten. Zijn opstanding is geen standpunt, geen (on)betwijfeld geloofsartikel met een hekje eromheen. In de wereld na Pasen duikt de Opgestane op: in glimpen, in fragmenten verschijnt hij, diffuus, niet dadelijk herkenbaar. Poëtisch, subtiel wordt het proces van herkenning beschreven in de afsluitende verhalen van het evangelie. De Emmaüsgangers weten nog dat hun hart brandde toen hij als onbekende met hen opliep; de schok van de herkenning kwam bij het gebaar van het breken van het brood (Lucas 24). In het evangelie van Johannes komt hij met een woord van vrede binnen in het huis van de angst. En als een onduidelijke gestalte staat hij aan de rand van nacht en dag, aan de rand van menselijke vergeefsheid, aan de rand van de zee, en roept over het water (Johannes 20 en 21).

XB2 1.3.5 Pinksteren05

In de Paastijd, van Pasen tot en met Pinksteren, wordt volgens oude (en nieuwe) kerkelijke leesroosters gelezen uit het boek Handelingen. Of uit het laatste bijbelboek, Openbaring.

Handelingen is het boek van de Adem. Die adem, heilige Geest, blijkt te staan voor een wereldwijde beweging waarin de betekenis van Pasen wordt ontvouwd. De Geest is Pasen-op-weg en de Handelingen van de apostelen vormen van die weg het verslag. Vanuit Jeruzalem zoekt de beweging zich een weg naar de einden van de wereld. De Geest is de vertaler van Pasen. Wat Pasen is, wordt in alle talen en culturen gehoord en via diezelfde talen en en culturen verder uitgediept. De geografische en historische gang door tijden en plaatsen is nodig om zicht te krijgen op de betekenis van het paasgeheim. Uit de Handelingen blijkt dat er pas gaandeweg en met vallen en opstaan een helderder begrip ontstaat. Wat Pasen inhoudt is in elk geval niet van meet af aan in Jeruzalem al duidelijk; er is geen sprake van een waarheid die voortaan kant en klaar de wereld en de eeuwen in kan. Zelfs een sleutelfiguur als Petrus blijkt onderweg het nodige bij te moeten leren (dat heidenen geen joden hoeven te worden om in de beweging te delen; wat ‘gemeente’ is blijkt matelozer dan de vigerende kerkelijke bepalingen toelaten). De diepte van het geheim dat zich in tijd en ruimte naar alle kanten ontvouwt, wordt pas gepeild samen met alle ‘heiligen’ (de mensen van overal en altijd die door de paasbeweging zijn geraakt): alleen het wijde oecumenische verband voert tot begrip (Ef. 3:18-19).

Het boek Openbaring begint met de verschijning van de Opgestane en eindigt met de beschrijving van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Het boek vormt een galerie met bizarre schilderingen en stukjes hemelse liturgie. Beeldend en zingend wordt beschreven hoe de Opgestane zijn spoor trekt door de geschiedenis; bij alle verschrikkelijks dat telkens opnieuw om ons heen gebeurt, stuwt het naar een volslagen nieuw begin. Liturgie-vieren is op dat nieuwe vooruitlopen, het nu al herkennen en van harte beamen.

Zo staat Pasen dus voor een dynamiek waarbij wij zelf met huid en haar betrokken worden. Door de doop worden we gelinkt met de bevlogen beweging van vernieuwing die van alle tijden is. De apostel Paulus schrijft wat dat voor hem zelf betekent:

‘Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren,
ik wil delen in zijn lijden en aan hem gelijk worden in zijn dood,
in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan.’
(Filippenzen 3:10-11)

De paasbeweging betekent voor Paulus een dagelijks sterven en opstaan. Het opstaan lukt niet altijd. Veel breekt ons immers bij de handen af. In ons bestaan blijft de pijn, het vergeefse, de mislukking, het kwaad dat ons treft, het lot van medemensen dat ons vervult met zorg en verontwaardiging. Maar ‘misschien ook’ staan we vandaag nog op, breekt er iets door de blokkade die ons tegenhoudt, valt er een woord van vrede, is er een gebaar dat verbindt, een blik die wij mogen beantwoorden, een lijf dat geneest, een ziel die tot rust komt, nieuwe taal die zich laat vinden, verzoening die tot stand komt, een oplossing voor een conflict, een regeling waar zowaar mee te leven valt.

Pasen zet aan tot engagement op lange termijn, tot telkens opnieuw proberen, tot het permanente leerproces van de hoop. De paasweg loopt via ontmoetingen van mens tot mens; via verbindende taal die we wagen en gedurfde beelden die we aanbrengen op de wanden van ons bange bestaan; en via de liturgie die we, desnoods met weinigen, in wijde verbondenheid vieren. We zingen en durven, we huilen en stellen teleur, we breken en zijn nergens meer — en staan weer op.


Henk Gols

Geplaats in het maandblad van het Oecumenisch Citypastoraat te Nijmegen, maart 2013