Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Wij zijn óók katholiek


De ontdekking van de Kerk

Ongevraagd worden we ergens geboren, per ongeluk vallen we in een protestants of rooms nest en vervolgens worden we vanzelfsprekend meegenomen in een zeer bepaalde religieuze traditie. Mijn religieuze traditie was een van de vele protestantse varianten: een klein kerkgenootschap, gekenmerkt door goedbedoelde vroomheid en verlangen naar Christus, die ooit en misschien spoedig weer zou komen en nu alvast toegang zocht tot onze harten. Toen ik achttien was deed ik in het midden van de gemeente belijdenis van mijn geloof en beaamde ik dat mijn kleine geloofsgemeenschap ‘een der zuiverste’ openbaringen van de bedoelingen van Christus was.

Mijn ontdekking van de Kerk gebeurde in de hoerenbuurt van Amsterdam, de Wallen, waar ik in het kader van mijn theologisch-kerkelijke opleiding drie maand stage liep bij de oecumenische leefgemeenschap Oudezijds 100. Dagelijkse gebedstijden en de wekelijkse ‘hoogdienst’ (eucharistieviering) vormen er nog steeds het hart van een moedige christelijke presentie te midden van veel menselijk tekort en lijden. Toentertijd, halverwege de jaren ’70, maakte de gemeenschap voor haar liturgie gebruik van de Basileia-kapel, uiteraard gewijd aan Maria. Het was mij, bekend met Christus maar niet met zijn moeder, meteen duidelijk waar zij voor stond: te midden van bezoedeling en misbruik getuigde zijn van de mogelijkheid om opnieuw te beginnen. Haar maagdelijkheid vormde een belofte om aan schending en schande voorbij te komen. In die oecumenische gemeenschap lichtte zij op als beeld van de Kerk. De piepkleine Basileia-kapel wàs Kerk: de plek waar wij, komend uit verschillende christelijke tradities, elkaar vonden rond de altaartafel en in het bidden van het ochtend- en avondgebed. Daar op de Wallen werd ik voorgoed katholiek.


Katholiek

Dat protestanten óók katholiek zijn, is geen nieuw gegeven. Helaas hebben vele protestanten weinig of geen besef van de katholieke dimensie van hun kerk-zijn en geloof. Toch wilden de grote kerkhervormers, Luther en Calvijn, niet anders dan katholiek zijn. Zij hadden niet de bedoeling een nieuwe kerk te stichten, zij wilden de bestaande kerk hervormen, in aansluiting bij eerdere eeuwen waarin de kerk, gestold en geperverteerd, telkens weer haar bronnen terugvond en zich verjongde. Met hun verwerping van scheefgegroeide kerkelijke inzichten en praktijken bedoelden de hervormers juist de continuïteit met het geloof van apostelen en kerkvaders en o.a. de moeders van de middeleeuwse mystiek. De Reformatie is niet meer en minder dan een moment van genade in een geschiedenis die er al vele eeuwen op had zitten. Een moment van genade, omdat de oude brongebieden van kerk en geloof opnieuw werden ontsloten en toegankelijk gemaakt voor ‘gewone’ gelovigen. Om de oorspronkelijke bronnen zo goed mogelijk te helpen ontsluiten moesten de predikanten Hebreeuws, Grieks en Latijn leren. Het was de tijd van de Renaissance: de fascinatie voor de schatten van de oudheid, voor de blijvend inspirerende oorsprongen van kerk en cultuur.


Brongebied

Het verlangen naar de ene kerk is uit de protestantse wereld nooit weg geweest. Ondanks de eindeloze opsplitsingen — omdat waarheid verward werd met het eigen inzicht en de kerk met de omlijnde grenzen van de eigen groep — bleef de band met de kerk van alle eeuwen. Naast de oerbron die de Bijbel was en is, bleef men kerkvader Augustinus ijverig lezen. Het lutherse piëtisme en de gereformeerde bevindelijkheid putten uit de bronnen van de middeleeuwse mystiek. In de negentiende en het begin van de twintigste eeuw werd het heimwee naar de vroege kerk onder woorden gebracht o.a. door theologen als Johannes Hermanus Gunning (1829-1905) en Oepke Noordmans (1871-1956). De oecumenische beweging en de liturgievernieuwing die zich in de twintigste eeuw zowel in de Romana als in de protestantse kerken doorzetten, had een convergerende effect: de verschillende kerkelijke tradities vonden elkaar in de fascinatie voor dezelfde brongebieden van het christendom. Hoezeer lijken bijvoorbeeld het rooms-katholiek Missaal, het anglicaanse Common Worship en het protestantse Dienstboek op elkaar!


Grensoverschrijding

Maar ook op het grondvlak van de kerk gingen gelovigen de kerkelijke grenzen overschrijden. Wie één keer in Taizé is geweest, is voorgoed uit de klusters van het eigen kerkgenootschap bevrijd: de Kerk heeft zich gemanifesteerd, een moederlijke kerk, die allen omvat, die van alle tijden is en de toekomst heeft. Protestanten zijn in de laatste decennia in toenemende mate kloosters gaan bezoeken. Ik was een van hen. De soberheid van het kloosterlijke leven en en de geconcentreerde kloosterlijke liturgie raken aan een oorspronkelijk protestants verlangen naar eenvoud, naar de kern van het geloof, naar de ontmoeting met Christus.


Ruimte voor het woord

De gereformeerde variant van het protestantisme wordt gekenmerkt door soberheid in de eredienst. De liturgie is er principieel een vrijplaats voor het Woord. In een liefst kale ruimte kan het woord zijn werk doen en beelden tevoorschijn roepen, zoals op het schilderij ‘Het visioen na de preek’ van Paul Gauguin uit 1888, waar het bijbelverhaal over het gevecht van Jacob met de engel de ruimte vult met het visoen dat uit de taal ontstaat. Het protestantse mijden van versiering en liturgisch ceremonieel is een ode aan het woord. Zoals je poëzie juist ruimte kunt geven in een serene sfeer, tussen witte wanden. De strakke witte wanden van het gereformeerde geloof zijn vaker ruimte voor verbeelding geweest. Ze brachten schilders voort als Vincent van Gogh en dichters als Gerrit Achterberg en Ida Gerhardt.

De Reformatie was een poging om de eenvoud en de blijdschap van het evangelie terug te vinden. Naar die eenvoud en blijdschap waren eerder al onder anderen monnikenvader Benedictus van Nursia, de kartuizervader Bruno, Franciscus van Assisi, Hadewijch en Beatrijs op weg gegaan. Vanuit het veel te vele zochten zij zich een weg naar het ene dat er toe doet. In het protestantse compendium De weg van de liturgie uit 1998 is een afbeelding opgenomen van de apsis van de romaanse Sint-Martinuskerk in het Friese Bozum (een schilderij van Henk Helmantel). Het interieur van de kerk straalt verstilde eenvoud uit, ademt een zowel kloosterlijke als protestantse sfeer. De keuze voor een dergelijke afbeelding is veelzeggend. Liturgie vieren doe je bij voorkeur op een plek die in sobere eenvoud ruimte biedt aan Gods geheim, dat nabij en toegankelijk is voor de gemeente die samenkomt rond de tafel van de Heer.


Rituelen

De concentratie op het ene geeft aan rituelen een nieuwe kans. Na het snoeien van het teveel aan liturgisch ceremonieel, worden als vanzelf de eenvoudige, krachtige riten en gebaren uit de oude kerk teruggevonden. Als protestanten zalven wij weer onze dopelingen, als ook onze zieken en stervenden. Wij zegenen onze huizen. Ontsteken een kaars bij een icoon. Maken een kruisteken. Laten wierook opstijgen in het gemeenschappelijk avondgebed. Protestantse bezoekers van het klooster zie ik met de monniken meebuigen tot ‘eer aan de Vader en de Zoon en de heilige geest’. In het eucharistische brood ontvangen ook zij de tegenwoordigheid van de levende Heer — brood en wijn zijn voor hen teken en presentie ineen. De gedachtenis van Christus is voor hen niet alleen een louter terugdenken aan wat hij ooit voor hen aan verlossing heeft bewerkt, maar een raken, hier en nu, aan zijn verbijsterende en troostende werkelijkheid.

Nee, zo is het niet voor alle protestanten, het is voor velen nog wennen, al die oude en nieuwe dingen die uit de schat van de kerk zijn op te diepen.


Het moet uit zijn!

Dat wij als protestanten katholiek zijn, principieel verbonden met de kerk van alle eeuwen en plaatsen, wordt steeds openlijker uitgesproken. Mijn eigen Protestantse Kerk in Nederland begint haar kerkorde met te stellen dat zij ‘overeenkomstig haar belijden gestalte (is) van de ene heilige apostolische en katholieke of algemene christelijke Kerk’. In 2007 verscheen het boek Wij zijn ook katholiek, waarin auteurs uit alle hoeken van de Protestantse Kerk benadrukken dat wij als protestanten bewust geworteld zijn in de traditie die aan de kerken van de Reformatie voorafgaat. We kunnen niet kerk zijn als we ons afsnijden van onze bron, die zowel joods als katholiek is. In 2012 kwam het Oecumenisch Forum voor Katholiciteit met een Katholiek Appel (2): een pleidooi om tegen de individualisering van het geloof en de kerkelijke gescheidenheid in de katholiciteit van de kerk voorop te stellen, de historische en wereldwijde verbondenheid ‘met alle heiligen’. Al eerder in de protestantse wereld klonk het protest tegen de kerkelijke versplintering (Noordmans: ‘Het moet uit zijn! Het is onverantwoord!’). In het Nederlands Dagblad van 7 mei 2016 stelde de scheidende algemeen secretaris van de Protestantse Kerk in Nederland, Arjan Plaisir: ‘Het evangelie staat op het spel. De vraag is of er straks nog een kerk zal zijn in het Westen. Het is kerk of geen kerk, een tussenweg is er niet. We verkeren niet meer in de positie dingen op de spits te drijven. Rome - Reformatie is een serieus debat, maar je mag het niet zo principieel maken dat het twee kerken moeten blijven. Natuurlijk verschillen de kerkvisies wezenlijk, maar we hebben drie kwart van onze geschiedenis gemeen. De ernst van de tijd is zodanig dat we elkaars betekenis moeten erkennen en als federatieve kerk verder kunnen.’ En wat het alsmaar verder scheuren in de protestantse wereld betreft: ‘Rome - Reformatie is de grote breuk. De versplintering daarna slaat werkelijk nergens op. Die is een grof schandaal.’

Dat is een evidente ‘katholieke’ positiekeus, tegenover de sektarische neiging te menen dat wij kerk op onszelf kunnen zijn, als zouden we bij nul kunnen beginnen, als zou onze selecte groep de wijsheid in pacht hebben en heel de traditie opzij kunnen schuiven die door de eeuwen heen met alle hoogte- en dieptepunten haar weg heeft gezocht vanuit het brongebied van Bijbel en vroege kerk.


Riviervlecht

Een uitgesproken beeld voor de kerk is voor mij de riviervlecht, waarvan de Lech in Zuid-Duitsland en de Tagliamento in Noord-Italië prachtige voorbeelden zijn. Er is sprake van een hoofdstroom met eindeloze vertakkingen, die ook weer samenvloeien. Er is een veelheid van beddingen, maar samen vormen ze het ene riviersysteem. Zo stroomt ook de kerk door tijd en cultuur. Er is een veelheid van verschijningsvormen, sommige indrukwekkend, andere pover en marginaal; sommige vanzelfsprekend, andere aarzelend en zoekend. Het is de ene rivier, die voortvloeit uit hetzelfde brongebied. Het is de ene stroom van de levende traditie, die zich kenmerkt door eindeloze variatie, door uiteengaan en ook weer samenkomen. Ik weiger te behoren tot een aftakking die zijn eigen weg gaat, ik weiger af te splitsen, ik wil toebehoren. En verheug me over de rijkdom van meerdere beddingen. De kerk stroomt orthodox en rooms, anglicaans en gereformeerd, in oude en nieuwe leefgemeenschappen, in de vele manieren waarop ze in onze samenleving aan verzoening en diaconale presentie vormgeeft. In dit alles is zij Kerk, éen, heilig, apostolisch, katholiek. Onze eigen positie is binnen dat geheel een bijdrage, niet meer en minder. Altijd blijft het besef dat de grootste rijkdom vermoedelijk buiten onszelf te vinden is. Dat we om nieuw te zijn steeds weer terug moeten naar het oude. Dat horen bij de traditie ook altijd betekent dat we ons durven uitstrekken naar voren. De eeuwige traditiestroom schrikt niet terug van nieuwe oevers en kades en andere landschappen.


Geheel anders

Protestants zijn is een voorlopige positie. Het gáát om het geheel van de Kerk, die zich steeds opnieuw moet hervormen wil zij zichzelf blijven. De eeuwen door heeft zij niet anders gedaan dan zichzelf transformeren. Zo geeft zij continuïteit aan het stromen. Net als haar God mag zij ieder ogenblik nieuw zijn. Dat is wat anders dan modieus zijn, inspelen op toevallige behoeften. Vanuit haar oorsprong brengt zij in iedere tijd iets in van het andere, het tegendraadse, het heilige, het onverwachte van het evangelie, dat niet in ons verlengde ligt, tegen onze wensen ingaat en ons toch vervult, dat ons roept en onrustig maakt en ons toch troost en vrede schenkt. Als protestant zoek ik in de eredienst de ruimte voor dat vrije woord, dat mij weerspreekt, dat mij aanspreekt opdat ik antwoord geef.


Protestants en benedictijns

Ik put niet uit louter protestantse bronnen. Ik ben immers ook katholiek. Met vele andere protestanten die zich in de kloosterlijke spiritualiteit herkennen, markeer ik openlijk de kloosterlijke bron die ik gevonden heb. Die markering is een katholiek statement. Ik ben protestant maar ook benedictijns. Ik leef uit het evangelie maar laat mij daarbij graag helpen door wat mij in het klooster wordt aangereikt. Voor mij is de Sint Willibrordsabdij bij Doetinchem een geestelijk huis, dat een dak vormt boven mijn dagelijks leven buiten het klooster. Structuur en ritme van mijn leven worden door het klooster mee bepaalt. In dagindeling en het stellen van prioriteiten in mijn werk spelen de vingerwijzingen van Benedictus een rol. Te zeggen dat ik protestants predikant ben is dus te weinig. Ik heb mij als oblaat aan de benedictijnse kloosterfamilie verbonden. Omdat ik katholiek ben, kan ik zowel protestants als benedictijns zijn.


Geheelde kerk

Ik belijd dus dat mijn kerk ouder is dan de Reformatie. Luther en Calvijn zijn schakels in een langere keten. Augustinus (± 400) is mijn bisschop, Benedictus (± 500) mijn kloostervader, Gregorius de Grote (± 600) mijn paus, Beatrijs van Nazareth (13e eeuw) is de vrouwe die mij inwijdt in de Minne, Ruusbroec (14e eeuw) leidt mij binnen in de mystieke vreugde, Johannes van het Kruis (17e eeuw) is al eens mijn gids geweest in donkere nacht. Ik ben een katholieke protestant, die tot de Kerk behoort.

In de Reformatie zijn tegen alle bedoelingen in, de wegen uit elkaar gegaan. Philippus Melanchton (1497-1560), een van de voormannen van de lutherse Reformatie, droomde nog dat een hervormde kerk van het Westen zich weer zou kunnen verzoenen met de kerk van het Oosten, zodat het tragische schisma van 1054 ongedaan zou kunnen worden gemaakt en de ene Kerk weer een zichtbare gestalte zou krijgen. Maar de Kerk werd niet geheeld, integendeel, ze brak nog verder.

Nu is het de tijd van verbindingen. In de Europese samenleving vormen christenen een slinkende minderheid, die bevrijd van machtsposities en de arrogantie van eigen gelijk en voortreffelijkheid haar kernachtigheid, haar saamhorigheid en vitaliteit opnieuw gaat terugvinden. Het hoort bij de beweging van Jezus, bij de geest die door het evangelie waait, dat we opstaan en uit de ellende van de verstrooiing terugkeren. Naar de plek waar de Tafel staat en wij ontvangen worden door hem die ons uit de verdeeldheid als zijn ene Kerk tevoorschijn roept.


Henk Gols


Verschenen in Tijdschrfit voor Geestelijk Leven, Jaargang 73 no. 1, januari-februari 2017